advertentie

”We kijken meer naar de mens zelf”

| Annet Valentijn | Gerondontologie

Tijdens een tandheelkundig congres in 2019 hoort Annet het verhaal van specialist ouderengeneeskunde Gertjan van der Putten over de samenwerking tussen arts en tandarts. Ze wordt gegrepen door zijn verhaal, verdiept zich meer in de ouderenmondzorg en komt in contact met Corné de Bruijn – oprichter van MondzorgPlus. Eind 2020 besluit ze als tandarts bij die organisatie te gaan werken. Kort daarna begint ze met de opleiding tot tandarts geriatrie.

“Ik had niet meer affiniteit met ouderen dan met andere patiënten, maar merkte dat ik in de algemene praktijk tijd te kort kwam om met deze groep in gesprek te gaan. Oudere mensen hebben een geschiedenis, bepaalde ouderdomsklachten en verhalen die ze kwijt willen en daar is weinig tijd voor aan de stoel. Het is binnenkomen, vragen hoe het gaat, in de mond kijken en snel door. Dat vond ik zwaar en ook jammer. Ik miste de menselijke maat en die heb ik teruggevonden binnen de ouderenmondzorg. 

Het gaat dan niet alleen om het gezellige praatje, maar ook mensen een respectvolle en waardige laatste fase van hun leven bieden. Want het is echt een vergeten groep binnen de mondzorg die niet voor niets wordt gekwalificeerd als ‘kwetsbare’ groep. Mensen wonen op hoge leeftijd nog zelfstandig, eventueel met mantelzorg. Langzaam gaan ze cognitief of lichamelijk achteruit en als ze dan een oproep van de tandarts krijgen vinden ze het een hele opgave om naar de praktijk te gaan. Ze komen na verloop van tijd niet meer opdagen, verdwijnen uit beeld en de mondhygiëne verslechtert. Wanneer men niet meer zelfstandig kan wonen gaan ze vervolgens naar een instelling. Als ik ze dan zie zijn ze soms wel 10 jaar niet bij tandarts geweest. Het gevolg is een enorme behandelachterstand, veel plaque, bacteriën, protheses die niet goed zitten en pijnklachten. Toen ik dit voor het eerst zag wist ik niet dat het nog bestond, maar in verpleeghuizen dus wel. Gelukkig kunnen we ze als tandarts, mondhygiënist en assistent in hun eigen omgeving behandelen en de zorg bieden die ze verdienen.”

Hoe ziet je werkdag eruit en wat kom je tegen?

“We beginnen nooit heel vroeg, omdat de zorg dan nog bezig is met de algemeen dagelijkse levenshandelingen zoals opstaan, wassen, aankleden, eten, drinken en medicijnen geven. Bewoners van de zorginstelling hebben namelijk belang bij deze vaste routines en raken van slag zonder ritme. Om negen uur ben ik daarom op locatie waar ik de agenda doorneem met mijn assistent. We kijken of er nog speciale zaken spelen, of er nieuwe bewoners zijn binnengekomen, of er voldoende materialen op voorraad zijn en gaan dan bij de mensen op bezoek. Na de lunch zien we ook weer een aantal mensen en hebben dan tevens tijd ingeruimd om bijvoorbeeld pijnklachten en loszittende gebitten te behandelen. De behandelingen die we doen bespreken we overigens altijd met de familie en de arts. 

De meeste bewoners probeer ik op hun eigen kamer te helpen. Mocht dat niet gaan dan hebben we ook de beschikking over een behandelkamer met een mobiele unit en röntgen, maar dat geeft meer onrust voor ze. Overigens zitten hier verschillende mensen. Zware psychogeriatrische gevallen, maar ook mensen die een CVA hebben gehad en door verlamming niet meer thuis kunnen wonen, maar met wie je nog prima kunt communiceren.

Bij nieuwe bewoners maken we altijd eerst een nulmeting op basis waarvan we een mondzorgplan opstellen. In zo’n plan komt naar voren wat de huidige toestaand van de mond is, maar ook welke medicatie ze gebruiken, wat de ziektegeschiedenis is en of de problemen in mond hiermee te maken hebben. Mensen met bijvoorbeeld Parkinson gebruiken veel medicatie wat zorgt voor een droge mond, en dus meer kans op cariës. Maar denk bijvoorbeeld ook aan wortelresten die eruit moeten naar aanleiding van een val. Kan zo’n ingreep wel met de bloedverdunners die iemand krijgt? Stoppen we tijdelijk met de medicijnen, of lossen we het op een andere manier op? We kijken binnen de ouderenmondzorg dus meer naar de mens zelf. Wat is er aan de hand en hoe kunnen we het oplossen met oog voor de algehele gezondheid van de oudere patiënt.” 

Waarom vond je het belangrijk om de opleiding tandarts geriatrie te doen?

“Je hoeft de opleiding tandarts geriatrie niet te volgen om binnen een verpleeghuis te werken. Met een aantal jaren ervaring in de algemene praktijk kan het ook. Maar het is sterk aan te raden het wél te doen. Of in ieder geval een aantal modules specifiek voor de ouderenmondzorg te volgen. Bijvoorbeeld die over delier, Parkinson, hart- en vaatziekten en diabetes. Want dat is wel het grote verschil met de algemene praktijk, dat je te maken hebt met medisch gecompromitteerde oudere mensen die lastig te behandelen zijn. Hoe daarmee om te gaan leert de opleiding je en dat is in de praktijk heel veel waard. Het helpt je echt!”

Hoe zit de opleiding in elkaar?

“Tijdens de driejarige opleiding - die ik volg aan de btacademy van ACTA - verwerf je kennis over de specifieke (mondzorg-)problemen en de behandeling van kwetsbare en geriatrische ouderen. Dit gebeurt onder andere door masterclasses en supervisie, waarbij videomateriaal van behandelingen wordt besproken. Dat opnemen doen we om te kijken hoe je bijvoorbeeld omgaat met mensen die slaan en schreeuwen. Maar ook hoe je ze benadert. In ieder geval niet van achteren. Dat is wezenlijk anders dan in de reguliere praktijk. 

Naast je werk loop je ook mee met huisartsen, geriaters en in andere verpleeghuizen. Je kijkt tijdens deze stages hoe zij in de praktijk omgaan met oudere patiënten. Verder werk je ook een tiental casussen uit. Je maakt daarbij een mondzorgplan voor iemand met onder andere Parkinson, of met een CVA. In het tweede jaar start je vervolgens met een onderzoek en je sluit de opleiding af met een scriptie. Het onderzoek moet uiteraard ouderenzorg gerelateerd zijn. Zo onderzoekt iemand candida infecties in de mond en kijkt een ander naar kaakgewrichtsklachten. Ik ben net bezig met mijn tweede jaar en sta aan het begin van mijn onderzoek. Daarin wil ik kijken of je door middel van plaquescores een indicatie kan krijgen hoe het is gesteld met de mondzorg. Verbetert de mondzorg vanaf het moment dat ze de instelling binnenkomen en hoe kunnen we dat goed meetbaar maken. 

De opleiding duurt zoals gezegd drie jaar en beslaat drie dagen per week. Twee dagen praktijk en één dag theorie. Ik werk zelf vier dagen in de week in een verpleeghuis waar ik opnames voor supervisie kan maken en neem ‘s avonds nog wat theorie door. Eén dag besteed ik volledig aan de opleiding en zit ik meestal op ACTA voor bijvoorbeeld een masterclass juridische aspecten, of een trainingsmiddag ‘ouderdomssimulatie’. Twee docenten verzorgen de opleiding en de theoretische modules, maar we hebben ook diverse gastdocenten waaronder geriaters, psychiaters en internisten. In het weekend werk ik dan nog wel eens een casus uit. Het is al met al een behoorlijke tijdsinvestering, maar het is ook wel weer heel leuk om je ergens helemaal in te verdiepen.”

Leer je echt andere vaardigheden?

“Gedurende de opleiding word ik mij steeds meer bewust dat de mond een wezenlijk onderdeel is van het lichaam. Je bent daadwerkelijk met interne geneeskunde bezig, hebt met verschillende medische aandoeningen te maken, maar ook met bijvoorbeeld verlammingsverschijnselen. Een gezondheidsvragenlijst is hier echt heel uitgebreid als je het vergelijkt met de algemene praktijk en je hebt hier te maken met veel medicatie. Bij gebruik van vijf medicijnen of meer spreek je over polifarmacie. De algemeen practicus komt dat bijna niet tegen. Hier geldt dat voor 95 procent van de mensen.

Naast de medische aspecten leer je ook meer over hoe je praat, wat je doet en zegt en wat de reactie van de patiënt daarop is. Neem een simpele vulling. Bij een vitale patiënt is dat zo gebeurd, maar bij mijn patiënten moet je steeds contact blijven houden. Hoe gaat het, kijken hoe je boort, nog heel even, bijna klaar. Je begeleid ze door het hele proces. En dan kan het toch zomaar zijn dat een patiënt het niet meer kan opbrengen en je de volgende keer moet polijsten. Het is technisch niet ingewikkeld, maar het gaat veel meer om de interactie die je met je patiënten hebt. Ik ben daar nu heel bewust mee bezig.”

Wat wil je tandartsen nog meegeven?

“Wat ik ontzettend mooi vind aan mijn werk is dat je een respectvolle bijdrage kan leveren aan de gezondheid van oudere mensen in de laatste fase van hun leven. Ik zie veel schrijnende gevallen en als ik mijn ‘mondzorgdeel’ dan goed kan doen en zie dat ze daar blij van worden en ik waardering krijg van de familie, dan geeft dat een goed gevoel. Het is mooi en dankbaar werk dat mij veel voldoening geeft.”

advertentie

Specialisme

Annet Valentijn

Annet Valentijn volgt de opleiding tandheelkunde in Groningen (1989) en start na haar studie een eigen solopraktijk in de Haagse Schilderswijk. Ze krijgt kinderen, verhuist naar Friesland, neemt waar in verschillende praktijken en zet weer een eigen praktijk op waar ze lange tijd met plezier werkt. Vervolgens gaat ze voor Dental Clinics werken, zet een grote praktijk op in Leeuwarden en werkt daar een aantal jaren als tandarts directeur. In die periode is ze ook werkzaam als hoofdvisiteur voor de ANT. In 2020 start ze als tandarts geriatrie in opleiding bij MondzorgPlus van waaruit ze werkzaam is in verschillende verpleeghuizen.

WEBDESIGN LEVIN DEN BOER | LDB PRODUCTION | COPYRIGHT © DENTISTA | 2019