advertentie

Regenjas aan de kapstok

| Dentista Magazine | Kindertandheelkunde

Tandarts-pedodontoloog Cyriëlle Jongkind en assistent Reni Koning zien in tandartspraktijk Stadshart in Stadskanaal kinderen die niet in een reguliere praktijk behandeld kunnen worden. Het gaat om patiënten die extreem angstig zijn, gedragsproblemen, ziektes of beperkingen hebben en om kinderen met uitgebreide cariësproblematiek. Wat houdt het werken met deze groep precies in en welke aanpak hebben Cyriëlle en Reni? De regenjas gaat in ieder geval altijd aan de kapstok!

Cyriëlle studeert in 2010 af als tandarts en besluit eerst maar eens meters te maken in de algemene praktijk. Totdat ze zich afvraagt of ze haar hele leven algemeen practicus wil blijven en nadenkt over waar ze echt vrolijk van wordt in haar werk. Het antwoord: wanneer er een kind in de stoel zit. Ze besluit de drie jarige opleiding tot tandarts-pedodontoloog te volgen en is nog altijd blij met die keuze. “Het was echt een feestje! De dagen op ACTA, de stages waar je in meerdere keukens kijkt en mentoren die je de kneepjes van het vak leren had ik niet willen missen. Het heeft mij heel veel gebracht. Je leert in samenwerking met een psycholoog bijvoorbeeld kinderen te ‘lezen’ en word je meer bewust van wat je zegt en uitstraalt richting patiënt.”

Vanaf 2012 is ze werkzaam als kindertandarts in Stadskanaal. Eerst in het Refaja ziekenhuis en vanaf 2019 bij Tandartspraktijk Stadshart. Ze doet dit op verwijzing in de regio Oost-Groningen. Een gebied met een lage sociale status waar ze veel slechte en onbehandelde melkgebitten tegenkomt. Bij Stadshart werkt Cyriëlle samen met tandartsassistent Reni Koning die al 31 jaar ervaring heeft in het vak. “Ik ben gestart in een praktijk in Veendam en ben uiteindelijk hier in Stadskanaal terechtgekomen. Mijn vak oefen ik nog altijd met heel veel plezier uit en sinds een jaar werk ik echt specifiek met kinderen die naar ons worden verwezen. De klik met kinderen was er altijd wel, maar nu moet je net dat extra stapje zetten om ze te begeleiden en gerust te stellen. Dat gaat mij wel goed af.”

Schaarste

Uit de provincies Groningen, Friesland en Drenthe worden kinderen verwezen naar Stadskanaal. “Dat heeft te maken met de schaarste aan tandarts-pedodontologen in Nederland,” geeft Cyriëlle aan. “In totaal zijn er ongeveer maar 70 tandarts-pedodontologen actief en in Noord-Nederland ben ik de enige. Dat zorgt voor wachtlijsten en een onwenselijke situatie als je bedenkt dat patiënten met hun ouders soms lang moeten reizen. 

De Centra voor Bijzondere Tandheelkunde (CBT) in het noorden van het land hebben ook geen tandarts-pedodontoloog in dienst. Bernadet Spaan van het CBT in Zwolle – waar ik een jaar heb gewerkt tijdens mijn specialisatie – is de eerstvolgende collega richting het zuiden. Wij voeren dezelfde verrichtingen uit en werken allebei op verwijzing. Hoewel wij geen CBT zijn houd ik bij het screenen van verwezen patiëntjes wel een centrum indicatie aan: ‘patiëntje is niet coöperatief of behandelbaar in de algemene praktijk. Er is bijvoorbeeld sprake van zeer uitgebreide cariësproblematiek, extreme angst voor de tandheelkundige behandeling en/of een lichamelijke en/of geestelijke beperking’. Het verschil met het CBT in Zwolle en onze verwijspraktijk is dat zij werkzaam zijn in een multidisciplinaire setting met onder andere een medisch psycholoog, tandartsen-gehandicaptenzorg en tandartsen angstbegeleiding.

Gezien de schaarste aan kindertandartsen en tandarts-pedodontologen in (Noord-) Nederland zou ik collega’s dolgraag willen enthousiasmeren zich meer te verdiepen, of te differentiëren in de kindertandheelkunde. Hopelijk draagt dit verhaal daaraan bij.”

Regenjas 001

Regenjas 001

Regenjas 002

Regenjas 002

Regenjas 003

Regenjas 003

Regenjas 004

Regenjas 004

Regenjas 005

Regenjas 005

Cyriëlle (l) en Reni (r) aan het werk

Cyriëlle (l) en Reni (r) aan het werk

Cyriëlle (l) en Reni (r) aan het werk
 

Verwijzingen

De vele initiatieven op het gebied van preventie waaronder Gewoon gaaf, Glansje en Johnny Joker werpen de laatste jaren hun vruchten af. In het algemeen geldt dat het hierdoor langzaam de goede kant op gaat met de kindergebitten. Voor de populatie patiënten van Cyriëlle ligt dat anders. “Uiteraard besteden wij ook veel aandacht aan preventie door bijvoorbeeld Gewoon Gaaf en Motivational Interviewing, maar meestal is de gebitssituatie al zo slecht dat we vaak ook conserverend te werk moeten gaan vanwege pijn en ontstekingen. Het gaat om moeilijk behandelbare kinderen met uitgebreide cariësproblematiek die wij om allerlei redenen pas laat zien. Bijvoorbeeld omdat er geen kennis of aandacht is vanuit de ouders, maar ook omdat de huistandarts soms te laat verwijst. Met alle goede bedoelingen heeft die geprobeerd het kind te behandelen, maar daar is soms echt specialistische zorg voor nodig. Dat kost veel tijd en aandacht en daar is in een reguliere praktijk vaak geen ruimte voor. Verwijs daarom liever te vroeg dan te laat, want voor je het weet is een behandeling onder narcose de enige oplossing. En dat is nu juist iets wat we willen voorkomen.” 

Werkwijze

“Onze werkwijze houdt meer in dan een tablet aan de kinderen geven om ze af te leiden,” zegt Cyriëlle. “We nemen de tijd en gaan echt een verbinding aan met het kind, waarbij we starten met een tweetal wenafspraken: al ons instrumentarium wordt uitgelegd, we oefenen een sealant onder cofferdam en vervolgens gaan we kwadrantgewijs behandelen. Het gaat - afhankelijk van de situatie - dus gemiddeld om zes afspraken. In de eerste afspraak willen we veel weten van het kind; Medische gegevens, eet- en drinkgewoonten, maar ook informatie over familie- en gedragskenmerken. Op die manier kunnen we een goed behandelplan op maat opstellen. Na deze intake gaan veel kinderen bij ons eerst het reguliere angstreductie- en behandeltraject in, waarbij ook aandacht is voor preventie. Vervolgens worden verschillende behandelopties overwogen, uiteenlopend van niet-restauratieve- (NOCTP/NRCT/slicen en fluorideren) tot conserverende tandheelkunde (ART/SMART/restauraties met behulp van cofferdam en lokaal anesthesie/RVS-kroontjes/pulpotomie/pulpectomie). De cofferdam passen we bij de meeste ingrepen toe. Daar hebben we een aantal redenen voor. Het werkt namelijk kwalitatief beter, zorgt niet voor vieze smaakjes in de mond, houdt de mond redelijk goed open, de tong hoeft niet afgehouden te worden en het heeft voor de kinderen de beleving dat de behandeling meer buiten de mond plaatsvindt. Ook leren we alle kinderen lokaal anesthesie. Dit zou ik algemeen practici echt willen adviseren om meer te gaan gebruiken. Wanneer kinderen een pijnloze behandeling ervaren, ontstaat er geen angst. De meeste kinderen die ik zie, worden verwezen vanwege angst. En als ik ze dan eenmaal behandel met lokaal anesthesie en cofferdam, zie je vaak dat de angst afneemt.

Alleen in die gevallen dat behandeling in de tandartsstoel écht niet mogelijk is, behandel ik hen met lachgas of onder narcose. Het doel is altijd om de patiënt op termijn weer terug te kunnen verwijzen naar de eigen huistandarts met minder angst voor de tandheelkundige setting en een verbeterde coöperatie.” 

Assistent Reni geeft aan dat ze bij de eerste kennismaking heel ontspannen gaat kletsen met het kind. “Je probeert de spanning voor de nieuwe omgeving weg te nemen, vertelt wie je bent en vraagt ze naar dingen die ze leuk vinden om te doen. Je wijst ze bijvoorbeeld ook op die leuke sokken of schoenen die ze aan hebben, zingt af en toe een liedje, of doet een dansje. Niets is te gek om kinderen te laten ontspannen. Langzaamaan heb je het aan de hand van plaatjes dan steeds meer over het gebit, laat je instrumentarium zien en oefent met de cofferdam die we gebruiken. De cofferdam is dan de regenjas die over de kies gaat en wordt opgehangen aan de kapstok. Stapje voor stapje, door middel van herhalen en belonen, gaan we dan richting het behandelen. 

Een grote hulp bij de stapjes die we zetten zijn onze vier knuffeldieren in verschillende maten. Ze dienen voor een betere zit in de stoel, bieden troost en we zetten ze in om te laten zien wat we gaan doen volgens de tell-show-feel-do methode. Eerst laat je zien hoe je poetst op de knuffel en laat het ze ook zelf doen, dan laat je het voelen op een hand en uiteindelijk in de mond van het kind. Een eigen knuffel meenemen mag uiteraard ook.”

Teamwork

Cyriëlle en Reni werken pas een jaar samen, maar zijn al heel goed op elkaar ingespeeld. Reni zorgt voor afleiding van het kind, zodat Cyriëlle zich kan focussen op de technische handelingen van de ingreep. “We doen het eigenlijk met z’n drieën,” zegt Reni. “Het is namelijk nogal wat voor een kind om soms wel drie kwartier stil te moeten liggen in de stoel. Dat verdient wel wat aandacht, waarbij we altijd uitgaan van een positieve benadering, benadrukken wat ze goed doen en zoveel mogelijk ‘nee’ vermijden. Andere kinderen moeten juist weer een beetje geprikkeld en uitgedaagd worden. Bijvoorbeeld door te zeggen ‘Volgens mij lukt jou dat niet’. Dan zie je dat ze juist willen laten zien dat ze het wel kunnen. Maar dat is bij ieder kind weer anders. Je bent altijd op zoek naar de puzzelstukjes en die ene trigger om ze mee te krijgen.” 

Cyriëlle geeft aan dat ze de ervaring van Reni niet meer zou kunnen missen. ”We voelen elkaar heel goed aan en dat werkt enorm prettig. Dat laat maar weer eens zien hoe belangrijk het is om een goede assistent te hebben. Zij maakt mij echt een betere tandarts!” 

De samenwerking tussen beiden wordt nog eens versterkt door een hele gestructureerde manier van werken. Reni: ”Wennen, ritme en regels, daar gaat het eigenlijk om. We hebben een vaste opbouw die we hanteren tijdens de behandelingen: kletsen (uitleggen), liggen, slaapzalf (voorverdoving), slaapdruppels (verdoving), ringetje met regenjas aan de kapstok (cofferdamklem en cofferdam opspannen met frame), vieze kruimels weghalen, stofzuiger, schoon holletje weer dichtmaken met kiezenklei, blauwe discolamp, lange vingers (cofferdam tang) ringetje weg, stempeltje zetten (controle occlusie/articulatie) en een muntje als beloning. Daarbij hebben we ook een aantal regels: niet wiebelen, stilliggen, handjes op de buik en hand opsteken als er iets is.” Cyriëlle: “Deze manier van werken geven we ook altijd door aan de huistandarts, zodat hij/zij dit kan oppakken en meenemen in het vervolgtraject.”

Tips

“Kindertandheelkunde wordt leuker als je bij restauraties met cofferdam en verdoving werkt. Het voordeel van cofferdam zit hem in de kwaliteit van werken, minder vieze smaak voor de patiënt, betere fixatie van de mond en de beleving dat de behandeling meer buiten de mond plaatsvindt. Collega tandartsen denken dat het veel tijd kost. Dat valt enorm mee, het is een kwestie van oefenen. Ook merk ik dat zij het spannend vinden om te verdoven, maar met de apparatuur van tegenwoordig kan dat pijnloos. Wij vertellen de kinderen altijd dat het even een gek gevoel is dat erbij hoort, maar dat het snel weer normaal wordt. Een andere tip is om op tijd door te verwijzen naar een tandarts-pedodontoloog. Zij hebben de juiste expertise in huis om kinderen gericht te helpen.” 

Cyriëlle voegt er nog aan toe: “Heb je als tandarts plezier in het behandelen van kinderen, kies dan voor een verdieping, of differentiatie in de kindertandheelkunde. We kunnen je hulp goed gebruiken!”

WEBDESIGN LEVIN DEN BOER | LDB PRODUCTION | COPYRIGHT © DENTISTA | 2019