advertentie

Natuurlijke tandheelkunde

Auteur: Maartje Brand, Jasper en Peter Thoolen  |  Publicatie: 03 03 2020  |  Categorie: Algemeen


Maartje Brands

Maartje Brands (1981) studeert in 2009 af als tandarts aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) en als Acupuncturist in september 2017 aan Qing Bai. Ze werkt bij tandartspraktijk de Liefde in Amsterdam en kan daar iedere dag haar passie uitvoeren om de westerse en oosterse geneeskunst samen in te zetten.

Jasper Thoolen

Jasper Thoolen (1986) studeert in 2016 af als tandarts aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij werkt als tandarts bij Lassus tandartsen in Oisterwijk en is als opleider betrokken bij de postacademische scholing binnen gaaf.care en IAS Academy.

Het vak van tandarts verandert onder invloed van gezondheidsbewuste en materiaalkritische patiënten, maar ook door ontwikkeling van materialen. Dat zien Maartje Brands en Jasper Thoolen ook. Maar waar Maartje zo integraal mogelijk werkt vanuit de oosterse en westerse geneeskunst, kiest Jasper ervoor om in de ‘traditionele’ tandheelkunde een holistische visie mee te nemen. Voornamelijk in de diagnose. Wanneer de uiteindelijke behandeling, of het gebruik van materialen ter sprake komt verschillen ze nogal eens van mening.

“Tot voor kort hadden patiënten weinig vragen over de gestelde diagnose en een voorstel tot behandeling werd veelal klakkeloos geaccepteerd,” geeft Jasper aan. “Maar mensen zijn tegenwoordig steeds meer bezig met hun eigen gezondheid en stellen kritische vragen aan hun behandelaar. Over de behandeling, maar ook over bepaalde materialen die we gebruiken. Deze verandering in de maatschappij in combinatie met de ontwikkelingen van nieuwe technieken binnen ons vak beïnvloeden de manier waarop we tandheelkunde bedrijven. Traditioneel doen we dat volgens de biotechnische benadering die uitgaat van de westerse wetenschappelijke methodiek. Daarbij wordt de diagnose gesteld door een specialist met veel kennis over een specifiek gedeelte van het lichaam, die daar de best mogelijke oplossing voor zoekt. De bio-energetische stroming gaat uit van een holistische visie waarbij het hele lichaam wordt meegenomen in de diagnostiek en niet een klein onderdeel. De basis hiervan ligt in de oosterse geneeswijze en behandeling geschied hierbij doorgaans via het ondersteunen van het zelf genezende vermogen van het lichaam. We noemen dat ook wel Biologische tandheelkunde (Paolo Bellavite - Homeopathy and integrative medicine: keeping an open mind; J Med Pers (2015) 13:1–6).”

Biologische tandheelkunde

“Dan hebben we het over mijn vakgebied,” springt Maartje bij. “Veel collega’s zien dat nog wel eens als iets alternatiefs, maar de mondzorg die ik als tandarts verleen is dezelfde als die in een reguliere praktijk. Het verschil zit ‘m in de werkwijze en de benadering. Aan de ACTA heb ik mij de westerse zorgvisie eigen gemaakt en deze kan ik nu complementeren met de oosterse visie. Zo combineer ik het beste van twee zorgwerelden. Als biologisch tandarts gebruik ik lichaamsvriendelijke en metaalvrije materialen, zodat het lichaam zo min mogelijk door tandheelkundige ingrepen wordt belast. Hierin schuilt ook de holistische benadering die Jasper al noemde; we richten ons tijdens de diagnose en behandeling niet alleen op de mond en het gebit, maar ook op het effect van het gebit en de mond op onze hele gezondheid. Een betere benaming zou dan ook zijn; integrale tandheelkunde. De tandarts die zich bezighoudt met de gehele patiënt waar de mond met tanden aan vast zit.

Binnen de integrale tandheelkunde kijken we onder meer naar verbanden tussen hoofdpijn, vermoeidheid of darmklachten door toepassing van amalgaamvullingen en andere belastende materialen, hoofdpijn en de stand van de kaken, problemen met de spijsvertering door klachten aan het gebit en andersom, tandvleesproblemen en problemen aan het immuunsysteem en systemische ziektes, gewrichtsklachten en ontstekingen in de kaak. Daarbij maken we in sommige gevallen gebruik van additieve geneeswijzen als homeopathie en acupunctuur. Ik heb zelf de opleiding tot acupuncturist gevolgd en pas dat regelmatig toe in de praktijk.”

Mond als onderdeel van het lichaam

Tandheelkunde lijkt tot op heden alleen nog wel een los onderdeel te zijn van de algehele gezondheidszorg. Maartje: “Terwijl de mond en de goed doorbloede tongspier het begin vormen van het spijsverteringskanaal. Wanneer de spijsvertering niet goed verloopt, is dat bijvoorbeeld goed af te lezen aan de mond. Dat werkt ook andersom. Een onrustige mond veroorzaakt juist een slechte vertering. Vanuit de afdeling parodontologie op ACTA wordt nu al regelmatig probiotica geadviseerd voor een goede bacteriebalans in de darmen. Het is dus belangrijk om de mond niet als los onderdeel te zien maar als deel van het gehele lichaam. Ook de patiënten vragen steeds vaker van ons als behandelaars een holistische kijk te hanteren waarbij we nadenken over wat het effect is van ziekteprocessen en van behandelingen in de mond op het hele lichaam. Het is niet zonder reden dat op dit vlak de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan wordt, waarin wordt geconcludeerd dat de mond een spiegel is van de algehele gezondheid (Beukers et al, 2016; Loos et al, 2015).”

”Je kunt de gezondheid van iemand voorstellen als een emmer,” zegt Jasper. “Ieder letsel dat iemand oploopt, hoe klein ook, is een drupje in de emmer. Maar ook elke behandeling die wij uitvoeren, de lifestyle van de patiënt, het microbioom, de afkomst en cultuur en nog tal van andere factoren. Allen dragen bij aan de belasting van de gezondheid. Langzaam loopt de emmer vol en dat heeft zijn weerslag op het lichaam. En wanneer de emmer overloopt wordt iemand ziek en zijn we vaak geneigd om snel en adequaat symptomatisch te behandelen. Nu heb ik altijd geleerd om naar de druppels te kijken, maar niet om in te schatten groot de emmer is. Die grootte verschilt namelijk per persoon. Dát inzicht in combinatie met de integrale kijk heeft mij geleerd de tandheelkunde en geneeskunde in het algemeen met een bredere blik te benaderen en niet alleen te focussen op het herstel van iets dat kapot is. Noem het het verschil tussen behandeling van de oorzaak in plaats van alleen de symptomen. Stiekem denk ik dat je als tandarts meer werkt volgens de concepten van ‘Integrated Medicine’ dan je zelf door hebt. Als bio-technische geneeskunde gekleurd kan worden als wit, en biologische geneeskunde gekleurd kan worden als zwart, dan is iedere tandarts in zekere zin grijs gekleurd. Het is alleen aan jezelf om te bepalen welke kleur grijs je wilt zijn. ”

Technieken en materialen

Jasper: “Het grootste deel van de tandartsen werkt biotechnisch, maar juist door de vraag naar natuurlijke materialen en oplossingen kantelt de manier waarop we als tandartsen werken. Dat is bij mij ook het geval. Ik zie namelijk in dat steeds meer behandelingen niet automatisch in gang moeten worden gezet, maar dat je in je diagnosestelling moet kijken naar de rest van het lichaam. De klacht kan namelijk ergens anders in het lichaam zijn oorsprong kennen.

Los van de veranderende geneeskundige filosofie, verandert ook onze kennis en visie op materialen. Als logisch gevolg hiervan is het belangrijk dat we bewust zijn wat voor materialen we in de mond stoppen. Er is tegenwoordig al veel keuze uit plastische en keramische materialen om metaalvrij te kunnen werken. Waarin voorheen in het kader van assemblage gehandeld werd (samenvoegen van verschillende elementen tot een eindresultaat), kiezen we tegenwoordig steeds vaker voor bio-engineering waarin we een matrix aanleveren, maar het lichaam zelf het eindresultaat laten bepalen. Een goed voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld ‘guided bone regeneration’, een behandeling die breed wordt toegepast in de orale implantologie. Daarnaast worden steeds meer technieken ontwikkeld die de tandarts in staat stellen esthetisch te werken en daarbij gebruik te maken van de biologische wetten van het natuurlijke weefsel.”

Kijk ook buiten de mond is dus het devies van Jasper. “Ik ben iemand die veel wil leren over verschillende onderdelen binnen de tandheelkunde. Biologische tandheelkunde biedt zeker zaken waar ik als tandarts rekening mee wil houden, maar op sommige vlakken verschillen we wel van opvatting. De onderstaande casussen laten zien hoe onze aanpak verschilt.” >>>


Casus 1,  Jasper Thoolen en Peter Thoolen

Autotransplantatie van een verstandskies,

het perfecte natuurlijke implantaat?

Gelukkig biedt de moderne tandheelkunde de patiënt en behandelaar tal van behandelopties wanneer een tand of kies verloren gaat. Oplossingen als een uitneembare voorziening of een brug zijn reeds lange tijd behandelingen die op grote schaal uitgevoerd worden en ook het vervangen van een tand of kies middels een implantaat heeft inmiddels zijn weg in de dagelijkse praktijk gevonden als voorspelbare en duurzame oplossing. Een dergelijk implantaat kan echter uit meerdere materialen bestaan. De meest gebruikelijke keuze hiervoor is een titanium implantaat, maar ook keramische implantaten beginnen te winnen aan populariteit. Maar zou het niet veel mooier zijn om een implantaat te plaatsen van volledig eigen lichaamsmateriaal?

Het toepassen van geautotransplanteerde elementen in de mond wordt al sinds 1981 door bijvoorbeeld de Deen Jens Ove Andreasen in de literatuur besproken. De onderzoeksresultaten lijken erg positief en sinds een aantal jaren heeft deze toepassing zijn weg naar Nederland steeds meer weten te vinden. Kennis van het bestaan en de etiologie van deze lichaamsvriendelijke oplossing is dan ook voor iedere tandarts algemeen practicus van waarde.

Medische achtergrond en onderzoek

De mevrouw uit deze casus is 61 jaar oud met ASA 1. Zij werd verwezen voor het plaatsen van een implantaat ter plaatse van regio 16. Na aanvullende diagnostiek bleek element 18 van dusdanige kwaliteit te zijn dat deze wellicht zou kunnen functioneren als vervanging van element 16. Na overleg met de verwijzend tandarts en patiënt werd besloten tot het autotransplanteren van element 18 naar regio 16.

Aanpak

Sinds de extractie van element 16 is veel kaakbot geresorbeerd en verloren gegaan. Om op langere termijn voldoende stabiliteit te kunnen garanderen aan element 18 diende er aanvullend aan de transplantatie een elevatie van de sinus maxillaris uitgevoerd te worden, welke tegelijkertijd met de transplantatie uitgevoerd werd. Na chirurgische benadering van regio 16 werd het preparatie-bed voor element 18 voorbereid en de sinus-elevatie uitgevoerd. Hierna werd element 18 atraumatisch geëxtraheerd en in het preparatie-bed ter plaatse van element 16 geplaatst. Na het checken van de occlusie van de getransplanteerde 18 met element 46 werd het element overhecht.

Voorafgaand aan de transplantatie werd door de eigen tandarts een endodontische behandeling uitgevoerd op element 18, dit geniet doorgaans de voorkeur. Mocht een endodontische behandeling voorafgaand aan de autotransplantatie omwille van de ligging of positie van het element niet mogelijk zijn, dan verdient het aanbeveling dit twee weken na de ingreep uit te voeren.

Verdere behandeling

Na één week werden de hechtingen verwijderd, en werd mevrouw meerdere keren volgens vast protocol terug gezien voor monitoring en evaluatie. Zowel klinisch als op de OPG is na ruim een half jaar een rustig beeld te zien, element 18 is mooi ingegroeid in het kaakbot en functioneert goed als vervanging voor element 16. Hoewel het getransplanteerde element tijdens de ingreep zeer licht occlusaal contact maakt, is het zinvol om deze na twee tot drie weken zo snel mogelijk binnen occlusie en articulatie te laten functioneren. Herstel van de occlusale anatomie kan doorgaans eenvoudig uitgevoerd worden middels een composiet- of keramische restauratie.

Afbeelding1

Afbeelding1

Afbeelding2

Afbeelding2

afbeelding 2. Preparatiebed voor het transplantaat en de sinus-elevatie zijn reeds uitgevoerd.
Afbeelding3

Afbeelding3

afbeelding 3. Element 18 is naar het preparatiebed in regio 16 getransplanteerd en de ruimte onder het transplantaat is opgevuld met Gen-Os (OsteoBiol)
Afbeelding4

Afbeelding4

afbeelding 4. Occlusie tussen de getransplanteerde 18 en de antagonist 46 werd gecontroleerd.
Afbeelding5

Afbeelding5

afbeelding 5. OPG d.d. 25-04-2019. Post-operatief. De endodontische behandeling werd voorafgaand aan de transplantatie uitgevoerd.
Afbeelding6

Afbeelding6

afbeelding 6. OPG d.d. 02-12-2019. Evaluatie. De OPG laat een rustig beeld zien rondom de getransplanteerde 18.

Commentaar vanuit Maartje op het artikel van Jasper en Peter

Hoezeer dit een prachtige oplossing is, rijst vanuit mijn visie de vraag op: waarom gebruiken jullie hier geen keramisch implantaat? Dit vanwege 2 redenen.

1: Ook al is het een “steriele” endo, toch worden er voor het lichaam behoorlijk toxische materialen gebruikt om deze wortelkanaalbehandeling te doen, in tegenstelling tot het biocompatibele materiaal van een keramisch implantaat. De slagingspercentages voor keramische implantaten liggen tegenwoordig zeer hoog in verhouding tot een autotransplantatie. En keramische implantologie tot titanium is het slagingspercentage inmiddels gelijk en kent het geen peri-implantitis.

2: De extra extractie, wat ook weer problemen kan geven en daarom hierop aansluitend een casus betreffende ischemische osteonecrose na extractie.

Casus 1

Casus 2, Maartje Brands en Roger Polsbroek

Ischemische necrose, na verwijdering element 48 en 38

Het ontstaan van ischemische osteonecrose in de extractieholte als gevolg van verwijdering van een element, is in de tandheelkunde een relatief onbekend gebied. Na onderzoek blijkt dat dit in 90 procent van de gevallen voorkomt, wel in verschillende mate van grootte. Het lastige is dat deze cavitaties moeilijk te detecteren zijn in een OPT of solo, ze zijn wel te zien in een CBCT. Histologisch lijkt de inhoud van dit soort cavitaties op nat gangreen, een soort vettig weefsel wat zich in deze holte heeft genesteld, ook wel FDOJ (fatty degenerative osteonecrosis of the jaw) genoemd. Een bijzondere vorm van de FDOJ is NICO (neuralgia inducing cavitational osteonecrosis). In dit weefsel worden de cytokines CCL5 gevonden. De afvalstoffen van dit weefsel geven een toxische belasting voor het lichaam via de afvoerende lymfevaten van het kaakbot.

Afbeelding 1

Afbeelding 1

Afbeelding 2

Afbeelding 2

Afbeelding 3

Afbeelding 3

Afbeelding 4

Afbeelding 4

Medische achtergrond en onderzoek

Vrouw 48 jaar, ASA 2 geen medicatie. Mevrouw kwam bij ons in de praktijk vanwege de integrale visie en het verband tussen de mondgezondheid en haar lichamelijke conditie.

Mevrouw heeft sinds de verwijdering van haar M3’s 20 jaar geleden een slechter gehoor, ze heeft al langere tijd behoorlijk last van darmklachten en vochtige ontlasting, en vermoeidheidsklachten. Met behulp van aanvullende diagnostiek zijn de ischemische necrotische cavitaties gedetecteerd.

Na de verwijdering van het vettige weefsel heeft ze een verschil in sensatie bij haar oor, alsof er meer lucht is. Direct na verwijdering van weefsel tpv de 48 is haar ontlasting verbeterd en na verwijdering van 38 merkt ze duidelijk dat ze minder moe is. Ook is haar gemoedstoestand duidelijk verbeterd en zegt haar omgeving dat ze er fit en opgewekter uitziet. Voor mevrouw voelt het alsof er een zware last weg is.

Aanpak

Er wordt een incisie gemaakt in de gingiva, waarna met een ronde boor een bot luik wordt geprepareerd. Met een excavator curetteren we de caviteit volledig en met een grote ronde boor en als laatst met een frees wordt de cavitatie gefreesd en nagefreesd, totdat er macroscopisch gezond bot avue komt. Na een grondig wondtoilet wordt het mucoperiost primair gesloten.

Commentaar vanuit Jasper en Peter op de casus van Maartje

Interessante casus met een onderwerp waar in de dagelijkse praktijk erg weinig aandacht aan besteed wordt en waar in een eventueel volgend artikel wellicht meer over verteld en uitgelegd kan worden.

Wij vinden het lastig om in deze casus een gefundeerde mening te hebben, omdat we graag wat meer informatie zouden willen hebben over bijvoorbeeld de algemene lichamelijke gesteldheid van mevrouw.

Het is, denken wij, misschien wat gevaarlijk om te snel een verband te leggen tussen het verwijderen van de ‘NICO’ en de plotselinge positieve lichamelijke verbeteringen; er mag best rekening gehouden worden met een placebo-effect en psychologische belasting van een patiënt die al zo lange tijd zoekt naar een oplossing voor haar probleem. Daarnaast zijn wij benieuwd wat de aanvullende diagnostiek is geweest om de diagnose ischemische necrose vast te stellen en hoe deze zicht verhoud tot de differentiaal diagnose. Dat zou ons inziens een chirurgische verwijdering of in andere gevallen extractie van een gebitselement eerder rechtvaardigen. Dat doet niet af aan de klinische relevantie van een dergelijk aanwezig proces maar deze aanvullingen zouden het misschien iets meer in perspectief plaatsen. Desalniettemin interessante materie waar wij graag meer over willen leren!

Casus 2

Natuurlijk Congres, 9 oktober 2020

Maartje en Jasper waren de initiatiefnemers van het Natuurlijk congres dat op 11 oktober plaatsvond in de Efteling en met 120 bezoekers een zeer geslaagde editie had. Het onderwerp van het congres ging over de vraag hoe duurzaam, holistisch, voorspelbaar en efficiënt wij als tandartsen nu eigenlijk werken. Het congres geeft een praktische handleiding hoe een goede, volledige anamnese af te nemen waaruit een zo lichaamsvriendelijk plan kan rollen en waarbij we zo dicht mogelijk bij de natuurlijke materialen, anatomie van de kaak en elementen kunnen blijven. Het congres laat zien hoe we de gezondheid van de patiënt nog meer kunnen benaderen vanuit een integrale visie. Dit jaar zal op 9 oktober een tweede editie plaatsvinden met daarin meer verdieping en aandacht voor de bewustwording van het effect van de mondsituatie op het hele lichaam. We zijn vol enthousiasme bezig met het nieuwe programma en houden je op de hoogte.

WEBDESIGN LEVIN DEN BOER | LDB PRODUCTION | COPYRIGHT © DENTISTA | 2019