advertentie

Personeel

Mijn assistent is zwanger, wat nu?

Mijn assistent is zwanger, wat nu?

Mijn assistent is zwanger, wat nu?

Auteur: Anna Berends- van Loenen  |  Publicatie: 21 APRIL 2017  |  Categorie: PERSONEEL


In de mondzorg is het overgrote deel van de tandartsassistenten nog altijd vrouw. De kans is dus groot dat je een keer meemaakt dat tenminste één van je assistenten zwanger wordt. Wat betekent dit voor jou en je praktijk? Wat moet je hiervoor regelen?

Als praktijkmanager kwam er af en toe een hele enthousiaste assistent naar mij toe met de mededeling dat ze zwanger was. Gelukkig had ik mij aangeleerd om dan heel enthousiast te reageren, maar eigenlijk dacht ik als eerste: “O jee hoe gaan we dit regelen.”

Iedere zwangere werknemer in Nederland heeft namelijk recht op 16 weken verlof. Vier tot zes weken voorafgaand aan de bevalling, ook wel zwangerschapsverlof genoemd, en 10 weken bevallingsverlof na de daadwerkelijke bevalling. Dat betekent dat ik 16 weken een assistent minder heb in mijn planning en ik dus vervanging moet gaan regelen.

Als je een groot team hebt kun je het gat wellicht dichten met de reeds aanwezige andere assistenten, maar in een klein team is dit vaak niet mogelijk en zul je een nieuwe assistent voor deze periode moeten werven. Dat kan voor de verlofperiode zijn, maar je kunt ook afspreken dat de nieuwe assistent daarna aanblijft. Misschien wil de zwangere assistent wel minder gaan werken en dan blijf je een te kort houden na het einde van het verlof en zijn die extra handen wel handig.

UWV

Daarnaast moet je bij het UWV een zwangerschapsuitkering aanvragen. Gelukkig staat op de website van het UWV hoe je dat moet aanpakken. Het is wel belangrijk dat je hiervoor een zwangerschapsverklaring hebt van de verloskundige, of arts van je zwangere werknemer. Het UWV betaalt je dan een zwangerschaps- en bevallingsuitkering (WAZO) en jij betaalt de assistent gewoon zoals je altijd gewend was te doen.

Na de bevalling

Uiteraard is het mogelijk voor je assistent om eerder terug te keren van haar verlof als ze zich goed voelt en weer graag aan de slag wil. Ze moet wel minimaal zes weken aaneengesloten verplicht verlof opnemen na haar bevalling, maar de overige weken mag zij flexibel in een periode van 30 weken opnemen. Uiteraard in overleg met jou als praktijkhouder.

Als de bevalling heeft tegen gezeten en de assistent na haar verlof nog steeds niet kan werken als gevolg van de zwangerschap of de bevalling, dan zal zij zich moeten ziekmelden. Je kunt dan voor haar een ziektewetuitkering aanvragen zoals u dat gewend bent te doen bij iedere andere zieke werknemer.

Ziek tijdens zwangerschap

Voorheen dacht ik altijd dat een zwangerschap een roze wolk was. Misschien een beetje misselijk, maar dat hoort erbij. Gewoon de schouders er onderzetten en doorgaan. Je hebt er immers zelf voor gekozen en een zwangerschap is geen ziekte. Nu ik zelf zwanger ben, merk ik dat die roze wolk niet voor iedereen geldt en dat de schouders eronder zetten niet altijd mogelijk is. De ene assistent vliegt met een enorme glimlach door de zwangerschap heen, terwijl de ander moeite heeft om op de benen te blijven staan.

Als het laatste het geval is en de assistent zich ziek meldt voordat het verlof is ingegaan, dan heb je niet alleen een probleem met de personele bezetting, die je wellicht niet voorzien had, maar moet je ook een aantal zaken regelen.

Als je zwangere assistent ziek is gelden er verschillende regels. Dit heeft te maken met het moment dat de zwangere assistent ziek wordt:

  • Indien de zwangere assistent ziek wordt in de eerste 24 weken van haar zwangerschap, dan meld je haar gewoon ziek zoals je dat gewend bent en ontvang je een Ziektewetuitkering. Als dit komt door een abortus, of miskraam dan gelden dezelfde regels, maar dien je dit wel aan te geven bij de ziekmelding.
  • Indien de zwangere assistent ziek wordt na 24 weken zwangerschap dan ontvangt zij ook een Ziektewetuitkering totdat ze zich beter meldt, of totdat de zwangerschapsuitkering in gaat.
  • Indien de zwangerschap na 24 weken wordt beëindigd door een vroeggeboorte, of wanneer de baby bij de bevalling is overleden, dan heeft je assistent vanaf de dag daarna recht op een zwangerschapsuitkering. Deze uitkering duurt dan 16 weken.
  • Indien de zwangere assistent ziek wordt in de periode dat ze nog niet met verlof is, maar deze periode wel valt tussen de zes tot 4 weken voor de uitgerekende datum, dan krijgt ze ook een Ziektewetuitkering, maar worden deze ziektedagen wel afgetrokken van het zwangerschapsverlof.

Het maakt bij de bovenstaande gevallen niet uit of de zwangere assistent ziek wordt door de zwangerschap, of door iets anders. Dit maakt wel uit als de assistent door ziekte na het bevallingsverlof niet meer kan komen werken. Het enige verschil zit hem in hoe je de assistent ziek meldt bij het UWV.

Heb je een dame in je praktijk werken die niet in loondienst is, maar als ZZPer werkt, dan heeft zij ook recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof. Echter je hoeft hier niets voor te regelen, dat doet de zelfstandige zelf. Let wel dat je tijdens de verlofperiode geen beroep kan doen op deze dame. Overleg met haar hoe, en of dit gat in je praktijk opgevuld kan worden.

Uiteraard kan het ook zo zijn dat je mannen in je praktijk hebt werken, waarvan de vrouw bevalt. Dan hoef je uiteraard geen rekening te houden met 16 weken verlof. Toch heeft de vader ook volgens de wet recht op kraamverlof en partnerverlof.

De vader dient binnen vier weken na de bevalling, of binnen vier weken nadat het kind thuis is gekomen uit het ziekenhuis betaald kraamverlof op te nemen van 2 dagen. Je mag hem dit als werkgever niet weigeren. Aanvullend kan de vader drie dagen onbetaald partnerverlof opnemen, dat hij aansluitend (of in ieder geval binnen vier weken) kan opnemen. Ook dit mag je als werkgever niet weigeren. Wel dient hij dit aan te geven bij jou als werkgever.

Meer informatie voor u als werkgever in geval van zwangerschap vindt u op de website van UWV.

Auteur

Anna Berends van Loenen is trainer voor de opleiding praktijkmanager en begeleidt met haar bedrijf Qanz praktijken met hun organisatie, balie en management. Daarnaast is zij auteur van de boeken “Praktijkmanagement talent” en “Handboek voor de balie assistent”. www.qanz.nl

Praktijkzaken

1 Akkaya N, Kansu O, Kansu H. Cagarikaya LB, Arslan U. Comparing the accuracy of panaramic and intra oral radiography in the diagnosis of proximal caries. Dentomaxillofac Radiol. 2006. May;35(3):170-174.

2 Flint DJ, Paunovich E, Moore WS, Wofford DT, Hermesch CB. A diagnostic comparison of panoramic and intraoral radiographs. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod. 1998 Jun;85(6):731-735.

3 Scarfe WC, Langlais RP, Nummikoski P, Dove SB, McDavid WD, Deahl ST, Yuan CH. Clinical comparison of two panoramic modalities and posterior bite-wing radiography in the detection of proximal dental caries. Oral Surg Oral Med Oral Pathol. 1994 Feb;77(2):195-207.

4 Akarslan ZZ, Akdevelioğlu M, Güngör K, Erten H. A comparison of the diagnostic accuracy of bitewing, periapical, unfiltered and filtered digital panoramic images for approximal caries detection in posterior teeth. Dentomaxillofac Radiol. 2008 Dec;37(8):458-463.

5 Valachovic RW, Douglass CW, Reiskin AB, Chauncey HH, McNeil BJ. The use of panoramic radiography in the evaluation of asymptomatic adult dental patients. Oral Surg Oral Med Oral Pathol. 1986 Mar;61(3):289-296.

6 Abdinian M, Razavi SM, Faghihian R, Samety AA, Faghihian E. Accuracy of Digital Bitewing Radiography versus Different Views of Digital Panoramic Radiography for Detection of Proximal Caries.  J Dent (Tehran). 2015 Apr;12(4):290-297.

7 Kamburoglu K, Kolsuz E, Murat S, Yüksel S, Ozen T. Proximal caries detection accuracy using intraoral bitewing radiography, extraoral bitewing radiography and panoramic radiography. Dentomaxillofac Radiol. 2012 Sep;41(6):450-459.

8 Rushton MN, Rushton VE. A study to determine the added value of 740 screening panoramic radiographs compared to intraoral radiography in the management of adult dentate patients in a primary care setting. J Dent. 2012 Aug;40(8):661-669.

9 Pepelassi EA, Diamanti-Kipioti A. Selection of the most accurate method of conventional radiography for the assessment of periodontal osseous destruction. J Clin Periodontol. 1997 Aug;24(8):557-567.

10 Semenoff L, Semenoff TA, Pedro FL, Volpato ER, Machado MA, Borges AH, Semenoff-Segundo A. Are panoramic radiographs reliable to diagnose mild alveolar bone resorption? ISRN Dent. 2011; 2011: 363578.

Meer Praktijkzaken

Should I stay or should I go?

Should I stay or should I go?

Oorzaken en preventie van personeelsverloop

WEBDESIGN LEVIN DEN BOER | LDB PRODUCTION | COPYRIGHT © DENTISTA | 2019