advertentie

verdieping in de endo

”Net dat extra stapje”

Auteur: Jaap van den Broek |  Publicatie: 06 december 2019  |  Categorie: Endodontologie


Twee jaar geleden start tandarts Jaap van den Broek (36) met de postgraduate opleiding Endodontologie. Hij had al aardig wat ervaring opgedaan binnen de endo, maar merkte dat hij net dat extra stapje nodig had om de aansluiting met zijn collega endodontologen te overbruggen. Waarom koos hij eigenlijk voor endodontologie? Welke eigenschappen moet je daarvoor hebben en welke uitdagingen komt hij tegen?

Waarom heb je voor tandheelkunde gekozen?

“Mijn vader is tandarts, en het klinkt misschien gek, maar dat was niet de reden dat ik voor tandheelkunde heb gekozen. Het was niet zo dat ik vaak bij hem in de praktijk kwam en het vak mij van jongs af aan al boeide. Wat ik wel mooi vond was dat hij naast zijn werk altijd aan het knutselen, bouwen en repareren was. Dat fascineerde mij en ik hielp hem graag mee. Daarnaast heeft de medische wereld mij ook altijd geboeid, net als de omgang met mensen. Bij de studiekeuze waren dat dan ook de criteria die ik meenam. Aangezien ik niet een hele grote studiebol ben ging mijn voorkeur toch uit naar een meer praktische studie als Tandheelkunde, boven Geneeskunde. Achteraf ben ik ook heel blij met de keuze die ik heb gemaakt. Ik kan echt genieten van de interactie met de patiënten die ik behandel. Af en toe hoor ik wel eens terug dat ze het heel fijn vonden dat ik ze zelf ophaalde uit de wachtkamer en ze enorm gerustgesteld had. Het is ook mooi als je mensen die erg opzien tegen een behandeling en om die reden niet willen, zover krijgt dat ze het toch doen. Dat vind ik echt heel waardevol.” 

Waarom de keuze voor endodontologie?

“De endodontologie vond ik tijdens mijn studie al interessant en heb er dan ook een keuzeblok in gevolgd. Ik wist eigenlijk al dat ik die richting op wilde, maar vond het belangrijk om na mijn studie eerst een aantal jaren ervaring op te doen en mij algemeen te ontwikkelen binnen de tandheelkunde. Die mogelijkheid kreeg ik in een praktijk in Moergestel en Kerkdriel. In deze laatste praktijk, waar ik nog altijd één dag in de week werk, kwam ik in contact met endodontologen Jan Paul Bressers en Bram Lak. Naast dat ik bij hen de kunst kon afkijken en met ze overleggen ben ik veel cursussen gaan volgen en heb ik geleerd hoe je met een microscoop en cofferdam moet werken. En hoewel ik die technieken steeds meer beheerste, merkte ik toch dat ik de aansluiting met de endodontologen miste. Natuurlijk moet je, om ergens beter in te worden, veel oefenen. Maar die extra stap zit hem toch ook in de theoretische verdieping. Dat geeft je net die extra achtergrond, die je mist in de moeilijke casussen. Ik merkte dat vooral mijn theoretische basis in diagnosestelling beter kon, iets dat enorm bepalend is voor het succes van je behandeling. De benodigde verdieping, en daarmee die extra stap, zou ik alleen kunnen krijgen als ik de postacademische opleiding aan ACTA zou volgen. Maar zo’n fulltime studie van drie jaar heeft uiteraard nogal wat consequenties voor je privéleven, zeker met een gezin.

Mijn vrouw is namelijk ook tandarts en we hebben twee hele jonge kinderen. Dan moet je samen keuzes maken die niet altijd even makkelijk zijn. Ze heeft mij gelukkig de ruimte gegeven om te investeren in mijn werkplezier op lange termijn. Dat betekende wel dat zij minder is gaan werken en momenteel een groot deel van de opvoeding en het huishouden op haar schouders terecht komt. Maar ze wil niet dat ik later spijt krijg. Ik ben haar echt enorm dankbaar voor de mogelijkheid die ze mij biedt.”

Welke eigenschappen moet je bezitten als endodontoloog?

“Die eigenschappen zullen in het algemeen niet heel erg verschillen met die van een algemeen tandarts. Dat betekent volgens mij goed kunnen luisteren naar patiënten, gestructureerd en exact werken en geduld hebben. Veel geduld is wel een belangrijk punt binnen de endodontologie aangezien je vaak lange behandelingen hebt met één patiënt en dan net dat kanaal wil vinden, of die ledge passeren. Ik vind dat zelf erg prettig. Het geeft rust om niet steeds te switchen naar een andere patiënt. Die twee uur dat ik met een behandeling bezig ben zijn zo voorbij.


Voor mij begint de behandeling met het ophalen van de patiënt uit de wachtkamer, hem of haar geruststellen als dat nodig is, een uitgebreide anamnese afnemen en daarmee een goede diagnose stellen en dit met de patiënt overleggen. Als de patiënt een behandeling wil wordt er vaak een nieuwe afspraak gemaakt om deze uit te voeren. De behandeling start met de anesthesie geven, netjes aanbrengen van de cofferdam, de endodontische opening maken, alle (gemiste) kanalen lokaliseren en eventueel oude kanaalvullingen en stiften verwijderen. Daarna begint de uitdaging of je tot de apex komt of niet, alles uitgebreid desinfecteren en als laatste zo goed en lekvrij mogelijk afsluiten door middel van een goede opbouw en (knobbeloverkappende) restauratie.

Deze stappen geven aan dat het vak een combinatie is van fijne techniek en het werken met mensen die je van hun pijnklacht afhelpt. In die combinatie zit voor mij de aantrekkelijkheid en ik denk dat dat voor veel endodontologen geldt.”

Wat maakt het vak lastig?

“Het vak zit vol technische uitdagingen en verrassingen, maar vooral een goede diagnosestelling kan soms erg lastig zijn binnen de endodontologie. Daarbij moet je verder kijken dan je eigen werkveld. Pijn hoeft namelijk niet altijd dentogeen te zijn, maar kan vele andere oorzaken hebben. Daar heb je een goede theoretische achtergrond bij nodig waar de opleiding die ik volg in voorziet. Er wordt bijvoorbeeld een compleet blok over pijn en diagnostiek gegeven door Jan Warnsinck, die naast endodontoloog ook nog gnatholoog is. Tijdens de opleiding ben je eigenlijk 24/7 alleen maar met endo bezig, net als iedereen om je heen. Je oefent veel en maakt meters.  Het bespreken van lastige casussen met iemand die al jaren ervaring heeft, zoals bijvoorbeeld Paul Wesselink, is daarin ook erg leerzaam. Dat maakt dat je steeds verder komt. Kanalen vinden en ledges passeren gaat na – ik heb het een beetje proberen uit te rekenen – ongeveer 750 endo’s steeds makkelijker. Maar steeds kom je ook weer nieuwe uitdagingen tegen, zoals de endodontische microchirurgie waar ik vorig jaar mee ben gestart.

Daarnaast houd ik mij één dag in de week bezig met onderzoek naar chirurgische extrusie. Soms heb je een gecompliceerde kroon-wortelfractuur in een frontelement waarbij de breuklijn palataal subcrestaal ligt. Dan is het element niet meer te restaureren, maar kun je ervoor kiezen om het element een aantal millimeter te extruderen, eventueel te roteren en 4 tot 6 weken gespalkt vast te laten groeien. Hierna wordt de spalk verwijderd, de endo afgemaakt en het element opgebouwd. Volgens mij is dit een, onder algemeen practici, nog onderbelichte behandelmogelijkheid die mijn collega Jan Paul Bressers regelmatig succesvol toepast bij voornamelijk jeugdige patiënten. Ik kijk in mijn onderzoek naar de langetermijnresultaten in de populatie die Jan Paul de afgelopen 15 jaar heeft behandeld. De traumatologie en chirurgische kanten van de endodontologie, evenals resorpties, maken het vak heel divers en uitdagend naast alle herbehandelingen.

Draait het om techniek, of om communicatie?

“Het gaat om een goede mix tussen technische handigheid en goed kunnen communiceren met patiënten en verwijzers. Ik wist al op jonge leeftijd dat ik met mensen wilde werken en denk dat ik op mijn 36ste al enige mensenkennis heb opgedaan. Of het nu om kinderen, of volwassenen gaat, na een aantal jaar merk je hoe je met verschillende personen om moet gaan. Daarom haal ik ook altijd zelf patiënten uit de wachtruimte. Ik wil zien hoe iemand zich voelt, hoe het met hem gaat, of bijvoorbeeld het hele gezin is meegekomen. Vanaf het eerste begin wil ik iemand geruststellen en meenemen in de behandeling.

Naast techniek en communicatie draait het ook om een bepaalde visie op endodontologie. Dat vormt zich langzaam en is afhankelijk van je ervaring. Je probeert uiteraard elementen zo lang mogelijk te behouden en daarbij vanuit jouw vakgebied de beste oplossing te bedenken. Dat kan onder andere met een herbehandeling, chirurgische extrusie of vitale pulpatherapie, maar soms is het ook afgelopen en moet je kiezen voor andere oplossingen. Je moet daarbij altijd verder kijken dan je eigen werkveld. Niet alleen de wortelkanaalbehandeling, maar het hele behandel- of zorgplan in je achterhoofd houden.”

Hoe zie je de toekomst?

“Volgend jaar eerst afstuderen, weer meer tijd met het gezin doorbrengen, hopelijk verhuizen, lekker veel koken, sporten en alle sociale contacten aanhalen. Dat zijn de dingen die ik de afgelopen jaren echt op een laag pitje heb moeten zetten om alles te geven voor de studie. Natuurlijk ook weer gewoon naast Jan Paul en mijn andere collega’s in Kerkdriel veel behandelingen doen, meters blijven maken, mijzelf verder ontwikkelen. Graag zou ik nog een cursus willen volgen voor de cofferdam en microchirurgie en mij verdiepen in grote directe en indirecte restauraties. Het leren houdt na deze opleiding zeker niet op! Ik ben echt blij dat ik de verdiepingsslag heb gemaakt en beter ben geworden in het vak dat ik met heel veel plezier beoefen.”

WEBDESIGN LEVIN DEN BOER | LDB PRODUCTION | COPYRIGHT © DENTISTA | 2019