Al ruim twintig jaar is Jackelien Bartels-Rijks actief binnen de Defensie Tandheelkundige Dienst, waar ze militairen behandelt aan wal én op zee. In deze periode ging ze drie keer op oefenmissie als tandarts en was ze meerdere keren werkzaam op Curaçao en Aruba. Na enkele jaren als algemeen practicus binnen Defensie besloot ze zich te specialiseren in de endodontologie, een keuze die voortkwam uit een bijzondere ervaring tijdens een missie. We spraken haar over haar indrukwekkende loopbaan als tandarts-endodontoloog bij Defensie en over waarom deze plek een waardevolle leerschool is voor jonge tandartsen.
Van de studiebanken naar Defensie
Na de afronding van haar studie Tandheelkunde aan ACTA in 1997 werkte Jackelien Bartels-Rijks in uiteenlopende omgevingen: bij de jeugdtandzorg in Den Haag, binnen het onderwijs aan ACTA en als waarnemer in verschillende algemene praktijken. “Ik wilde ervaring opdoen in meerdere settings, om goed te ontdekken wat ik het leukst vond en waar ik mezelf verder in wilde ontwikkelen.”
Toch bleef één gedachte haar bezighouden: de verhalen van haar vader, die zijn militaire dienst bij de marine had doorgebracht. “Hij vertelde thuis vaak over het leven op zee. Het leek me avontuurlijk en ik vond het aantrekkelijk om met veel andere tandartsen en specialismen te kunnen samenwerken. Ik was nieuwsgierig naar dat op peil te houden met onder andere tandheelkundige nascholingen en congressen.”
In 2002 meldde Jackelien zich aan bij de Koninklijke Marine, waarvoor ze een aantal fysieke en psychologische testen moest afleggen. “Toen ik werd aangenomen, moest ik eerst de specialistenopleiding voor militairen doorlopen”, vertelt ze. “Daar word je echt gedrild in het militaire: je leert schieten, je moet je redden in een bivak en je fysieke conditie wordt voortdurend bijgehouden. In korte tijd leer je allerlei basisvaardigheden die je vervolgens elk jaar bijhoudt.”
Na haar opleiding werd ze geplaatst op de centrale ziekenboeg in Den Helder, met acht behandelkamers. Dit aantal is inmiddels uitgegroeid tot elf. “Dat was in het begin wel even wennen, want het was behoorlijk groot vergeleken met de civiele praktijken die ik gewend was. Maar juist de mogelijkheid om casuïstiek met collega’s van verschillende disciplines te bespreken, maakte het meteen een inspirerende wereldje.” Ook het brede opleidingsaanbod binnen Defensie sprak haar aan. “Binnen Defensie krijg je veel ruimte om je kennis plek. Ook vond ik het interessant dat je te maken krijgt met wisselende populaties patiënten.”
Mee op missie
Binnen Defensie werkt iedereen met hetzelfde doel: het inzetgereed houden van de militair. Voor tandartsen betekent dat dat je wordt ingezet waar de zorg het hardst nodig is. “Soms spring je bij op een andere locatie in Nederland waar extra tandheelkundige hulp nodig is, maar je kunt ook in het buitenland werken, bijvoorbeeld op de basis op Curaçao of Aruba”, vertelt Jackelien. “Bovendien kun je aan boord van een schip worden geplaatst. Juist die afwisseling maakt het werk zo interessant.”
In 2003 ging Jackelien als tandarts voor het eerst mee op een oefenmissie, aan boord van een marineschip. “Aan boord ben je de enige tandarts. Jij bent degene die het moet oplossen, en dat maakt het werk uitdagend. In een civiele praktijk kun je een patiënt doorverwijzen als je de behandeling niet aandurft, maar aan boord is dat geen optie.”
Tijdens missies werk je met beperkte middelen. “We nemen een scheepskoffer mee met het noodzakelijke instrumentarium, en verbruiksmaterialen worden apart meegenomen op basis van wat we denken nodig te hebben. Aan boord is sterilisatieapparatuur aanwezig, maar geen operatiemicroscoop, daarom neem je je eigen loepbril mee.
We doen vooral eerstelijnszorg; alles wat nodig is om iemand inzetbaar te houden. Tandtechnische werkzaamheden kunnen we niet aan boord uitvoeren; dat gebeurt aan wal in samenwerking met een tandtechnisch laboratorium. Zulke behandelingen moeten dus wachten tot de patiënt weer langere tijd een ‘walplaatsing’ heeft.
Kleine kaakchirurgische ingrepen, zoals het verwijderen van een lastige derde molaar, doen we wel. Beginnende tandartsen krijgen daarvoor vooraf trai-ning van een kaakchirurg. Op zee moet je immers alles zelf kunnen doen.”
Over het leven aan boord vertelt Jackelien: “Het is een bijzondere ervaring. Het is net een dorp, je komt je patiënten de hele dag tegen, dit maakt de sfeer heel laagdrempelig. Op een gegeven moment heb je iedereen wel in de stoel gezien. Soms moet je ook wel een list verzinnen om iemand in de stoel te krijgen, haha.” De werkzaamheden aan boord beperken zich niet tot de behandelkamer. “Je neemt ook deel aan de dagelijkse briefing met de commandant. Daar hoor je wat er speelt binnen de missie en geef je zelf door als iemand tijdelijk niet inzetgereed is. Je bent dus nauw betrokken bij wat er aan boord gebeurt.”
Ook bij calamiteiten speelt de tandarts een duidelijke rol binnen het team. “Iedereen aan boord heeft een specifieke taak”, legt Jackelien uit. “Als tandarts val je onder de medische dienst en neem je bijvoorbeeld deel aan de triage. Dan bepaal je samen met de arts welke mensen de hoogste prioriteit hebben bij medische zorg.”
Een bepalend moment
Een ervaring tijdens haar eerste missie bleek bepalend voor haar latere specialisatie. “Aan boord kreeg een patiënt plotseling een opvlamming: cellulitis, een ernstige complicatie van een odontogene ontsteking. Dit is een diffuse uitbreiding van pus in het losmazige bindweefsel van de weke delen én kan levensbedreigend zijn. Civiel zou deze patiënt naar de kaakchirurg zijn verwezen en intraveneus hoge doses antibiotica toegediend krijgen.”
Ze vervolgt: “Door een slechte satellietverbinding kon ik geen overleg voeren met collega’s aan wal, dus moest ik het doen met de kennis die ik op dat moment had. We hebben het hier wel over ruim twintig jaar geleden, dus inmiddels zijn de communicatiemogelijkheden met de wal enorm verbeterd.” Samen met de arts behandelde ze de patiënt, hield ze de situatie dagelijks nauwlettend in de gaten en wist ze deze uiteindelijk te stabiliseren.
“Het was ontzettend spannend, we moesten beslissen of we hem van boord zouden halen of niet. We voeren toen voor de kust van Lissabon. Uiteindelijk konden we hem aan boord houden, en dat gaf veel voldoening. Die ervaring heeft mij toen aan het denken gezet: ik wilde me verder verdiepen in infecties en wortelkanaalbehandelingen. Zo kwam ik bij de opleiding endodontologie uit.”
De opleiding endodontologie aan ACTA
In 2005 begon Jackelien aan de driejarige postacademische opleiding endodontologie aan ACTA. “Het is een intensieve en interessante opleiding”, benadrukt ze. “Je werkt zowel preklinisch als klinisch, doet literatuurstudie, casuïstiekbesprekingen, en krijgt training in CBCT-interpretatie en apicale chirurgie.” Ze vertelt enthousiast wat haar zo aanspreekt aan het vak. “Het is een uitdagend vak op microniveau: je probeert een kies weer zo gezond mogelijk te krijgen. Niet elke kies heeft dezelfde uitdaging, en achter elke kies zit een mens. Dat maakt het werk veelzijdig, en de beloning is groot als het lukt.” Ook het chirurgische aspect van de endodontologie spreekt haar aan. “De kant van de apicale chirurgie vind ik bijzonder interessant, om via die route alsnog een kies infectievrij te krijgen.”
Voor tandartsen die overwegen de opleiding te vol-gen, heeft ze een duidelijk advies. “Als je net bent afgestudeerd, moet je je vaak eerst nog bekwamen in het restauratieve gedeelte, laat staan in de endodontologie. Doe daarom zoveel mogelijk endowerk en zorg dat je een stevige basis hebt. De opleiding is wetenschappelijk van aard, en het helpt enorm als je al een klinisch referentiekader hebt.”
Werken als endodontoloog bij Defensie
Na afronding van haar opleiding keerde Jackelien terug naar Defensie, waar ze sindsdien werkzaam is als tandarts-endodontoloog op haar vaste standplaats in Den Helder. Ze werkt daar in een multidisciplinair team van 24 medewerkers, bestaande uit tandartsen, gedifferentieerde tandartsen, mondhygiënisten, preventieassistenten, tandartsassistenten en baliemedewerkers. “Ik krijg verwijzingen van collega-tandartsen uit heel Defensie. Militairen van de landmacht, luchtmacht en marine worden naar onze locatie verwezen voor endodontische behandelin-gen.”
Haar werkdagen zijn goed gestructureerd. “We beginnen de dag met de teamoverdracht, waarna we jaarcontroles uitvoeren en pijnklachten toetsen. Daarna behandel ik patiënten met endodontische problemen en doe ik apicale chirurgie. Tussendoor overleg ik met collega’s aan de stoel of via e-mail. De dag sluit ik af met endoverwijzingen. Eens per week hebben we een casuïstiekbespreking.”
Het werken binnen Defensie verschilt op enkele punten van de civiele praktijk. “Endodontische behandelingen worden bij Defensie volledig vergoed”, legt Jackelien uit. “Daardoor kunnen we er alles aan doen om een element te behouden. In de civiele praktijk wordt soms eerder gekozen voor extractie, omdat kosten voor de patiënt meespelen. Hier hebben we die beperking niet en kunnen we altijd streven naar de best mogelijke behandeling.”
Daarnaast ervaart ze de samenwerking met collega’s als een groot voordeel. “Bij Defensie is het heel normaal dat je bij collega’s naar binnenloopt, meekijkt en vragen aan elkaar stelt. Dat maakt het werken hier niet alleen leerzaam, maar ook een veilige opstart voor net afgestudeerde tandartsen.”
Technologische vooruitgang maakt de endodontologie preciezer dan ooit
Kijkend naar de toekomst ziet Jackelien hoe technologische ontwikkelingen het vak verder vormgeven. “We gaan steeds meer werken met kunstmatige intelligentie, bijvoorbeeld bij het analyseren van röntgenbeelden en het bepalen van diagnostiek. Ook de CBCT-techniek ontwikkelt zich snel: doordat we het wortelkanaalstelsel driedimensionaal kunnen bekijken, krijgen we een veel beter beeld van de anatomie en kunnen we de toegang tot het kanaal nauwkeuriger bepalen. Het maakt zowel de diagnostiek als de behandeling een stuk preciezer.”
Over haar eigen toekomst is ze duidelijk. “Ik zie mezelf doorgaan in de combinatie van klinisch werk en kennisoverdracht. Het klinische vind ik heel leuk, maar het begeleiden van jonge collega’s geeft minstens zoveel voldoening. Ik vind het belangrijk om hen te enthousiasmeren voor de endodontologie.”
Jackelien Bartels-Rijks studeerde in 1997 af als tandarts aan ACTA en werkt sinds 2002 in het tandheelkundig team van de Koninklijke Marine. In 2016 werd de Defensie Tandheelkundige Dienst opgericht, waar zij deel van uitmaakt. Ze voer twee keer mee als tandarts aan boord van Zr. Ms. Rotterdam (in 2003) en één keer op Zr. Ms. Karel Doorman (in 2020). Sinds 2009 is ze als endodontoloog werkzaam op haar vaste standplaats in Den Helder, waar ze militairen van alle krijgsmachtonderdelen behandelt.
Naast haar klinische werkzaamheden is zij actief betrokken bij kennisoverdracht en kwaliteitsmanagement. Ze begeleidt beginnende tandartsen, actualiseert werkinstructies en voert audits uit op verschillende defensielocaties. Ook is zij medeauteur van het binnenkort te verschijnen Tandheelkundig Compendium, een praktisch naslagwerk voor tandartsen.

