Veelvoorkomende problemen bij ouderen

De groep ouderen met eigen tanden en kiezen wordt steeds groter. Daardoor krijgen we als mondzorgprofessionals steeds vaker te maken met oudere patiënten in de praktijk. Ouderen hebben vaak te maken met complexe gezondheidsproblemen die direct invloed hebben op de mondgezondheid, maar ook andersom kan de mondgezondheid invloed hebben op de algemene gezondheid. Een goede mondzorg draagt bij aan een goede voedingstoestand, comfort, algemene gezondheid en kwaliteit van leven. Dit vraagt om extra aandacht en een zorgvuldige benadering binnen de mondzorg. Hieronder volgen problemen en aandachtspunten waar we als mondzorgprofessional rekening mee moeten houden bij de behandeling van ouderen.

Droge mond (xerostomie)
Een droge mond is één van de meestvoorkomende klachten bij ouderen. Vaak wordt gedacht dat ouderdom zelf de oorzaak is, maar meestal speelt medicatiegebruik de grootste rol. Ook aandoeningen zoals diabetes, de ziekte van Parkinson of bestraling in het hoofdhalsgebied kunnen hieraan bijdragen.

Gevolgen van een droge mond:

  • Moeite met spreken (articulatie) en slikken en het verwerken van voedsel. Ouderen vermijden hierdoor vaker droge of vaste voedingsmiddelen, wat het risico op een eenzijdig voedingspatroon, onvoldoende voedingsinname en ondervoeding vergroot.
  • Cariës. Bij xerostomie neemt de beschermende werking van speeksel tegen bacteriën en zuren af. Hierdoor ontstaat een verhoogd risico op cariës, met name wortelcariës bij blootliggende worteloppervlakken. 
  • Snellere slijtage van het gebit. Bij xerostomie neemt de beschermende en bufferende werking van speeksel af. Hierdoor zijn tanden en kiezen gevoeliger voor erosie, attritie en abrasie. Ook kunnen zuren uit voeding of gastro-oesofageale reflux sneller schade veroorzaken aan het glazuur en dentine.
  • Slechte adem. Een verminderde speekselsecretie leidt tot minder natuurlijke reiniging van de mondholte. Hierdoor hopen bacteriën zich makkelijker op, met name op de tong en interdentale ruimtes. Dit verhoogt de productie van vluchtige zwavelverbindingen en daarmee op halitose.
  • Schimmelinfecties zoals candidiasis. Speeksel speelt een belangrijke rol in het behoud van de microbiële balans in de mond. Bij een droge mond ontstaat een verhoogd risico op overgroei van Candida albicans, wat zich kan uiten in erytheem, witte afschraapbare plaques, een branderig gevoel of pijnklachten. Prothesedragers vormen hierbij een risicogroep.
  • Problemen met de prothese. Een adequate speeksellaag is essentieel voor retentie en draagcomfort van een gebitsprothese. Bij xerostomie vermindert de adhesie tussen prothese en mucosa, waardoor drukplekken, instabiliteit en functionele klachten zoals problemen met spreken en kauwen vaker voorkomen.

Wat kan helpen?

  • Regelmatig water drinken. Adviseer patiënten frequent kleine slokjes water te nemen om de mond vochtig te houden of bevochtig de mond met water in een spray. Hierbij is het belangrijk alert te zijn op het regelmatig nippen van zure of suikerrijke dranken, vanwege het verhoogde risico op erosie en cariës.
  • Adviseer patiënten voldoende vezelrijke voeding, zoals groenten, te gebruiken om de kauwactiviteit en speekselsecretie te stimuleren. Wees daarbij alert op een hoge frequentie van fruitconsumptie bij patiënten met xerostomie, aangezien zuren bij een verminderde speekselbuffering kunnen bijdragen aan erosieve slijtage van het glazuur.
  • Suikervrije zuigtabletten. Het stimuleren van de speekselsecretie met speciale zuigtabletten kan klachten van xerostomie verminderen. Producten met xylitol kunnen daarnaast bijdragen aan cariësreductie.
  • Speekselvervangers. Bij onvoldoende restfunctie van de speekselklieren kunnen speekselvervangende gels, sprays of mondspoelingen verlichting geven. De keuze voor een geschikt product dient afgestemd te worden op de ernst van de klachten en het gebruiksmoment, bijvoorbeeld overdag of ’s nachts.
  • Beoordelen van medicatie in overleg met arts of apotheker. Aangezien xerostomie vaak medicatiegerelateerd is, kan evaluatie van het medicatiegebruik zinvol zijn. In overleg met arts of apotheker kan worden gekeken naar dosisaanpassing, alternatief medicijngebruik of beperking van polyfarmacie.

Moeite met kauwen
Bij ouderen komt een verminderde kauwfunctie frequent voor als gevolg van tandverlies, slecht passende prothesen, pijnklachten, xerostomie of afname van spierkracht en motoriek. Hierdoor worden harde, vezelrijke of eiwitrijke voedingsmiddelen vaker vermeden. Terwijl juist deze voedingsmiddelen voor ouderen erg belangrijk zijn.

Mogelijke gevolgen:

  • Minder variatie in voeding
  • Vermijden van groenten, fruit en eiwitten
  • Gewichtsverlies
  • Ondervoeding
  • Verminderde spiermassa en weerstand

Een verminderde kauwfunctie beïnvloedt daarmee niet alleen de mond, maar ook de algemene gezondheid en kwaliteit van leven.

Belang van functionele mondzorg
Het behouden van een goed functionerend gebit en een goed passende prothese is essentieel binnen de geriatrische mondzorg. Regelmatige controle van prothesen, occlusie, slijmvliezen en kauwfunctie draagt bij aan het tijdig signaleren van problemen en het behoud van voedingsinname en comfort.

Te weinig eten en ondervoeding
Ondervoeding komt veel vaker voor bij ouderen dan vaak wordt gedacht en het wordt niet altijd tijdig herkend. Mondproblemen spelen hierin een belangrijke rol. De volgende risicofactoren zijn hierbij van belang:

  • Pijn bij kauwen
  • Slecht passende prothesen
  • Droge mond
  • Verminderde smaak
  • Vermoeidheid of cognitieve achteruitgang

Signalen van ondervoeding kunnen zijn:

  • Onbedoeld gewichtsverlies
  • Verminderde spierkracht
  • Lusteloosheid
  • Vertraagde wondgenezing

Als mondzorgprofessional kan je hierin een belangrijke signalerende rol hebben en indien nodig, verwijzen naar huisarts, specialist ouderengeneeskunde of diëtist.

Medicijngebruik en mondgezondheid
Veel ouderen gebruiken meerdere medicijnen tegelijk (polyfarmacie). Dit komt veel voor bij ouderen en kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de mondgezondheid. Diverse geneesmiddelen beïnvloeden de speekselsecretie, slijmvliezen en orale functie. Veelvoorkomende bijwerkingen zijn: 

  • Xerostomie wordt vooral geassocieerd met antidepressiva, antihypertensiva, diuretica, antihistaminica, antipsychotica en slaapmedicatie.
  • Gingivale hyperplasie. Komt met name voor bij calciumantagonisten (zoals nifedipine of amlodipine), anti-epileptica (zoals fenytoïne) en immunosuppressiva zoals ciclosporine.
  • Smaakveranderingen kunnen optreden bij on-der andere antibiotica, antihypertensiva, anti-depressiva, metformine en chemotherapeutica. Patiënten ervaren soms een metaalachtige of verminderde smaak, wat invloed kan hebben op de voedingsinname.
  • Verhoogd risico op candidiasis wordt vaker gezien bij gebruik van inhalatiecorticosteroïden, antibiotica en immunosuppressiva. Daarnaast verhoogt xerostomie het risico op schimmelinfecties door verstoring van de orale microbiële balans.
  • Bruxisme en spiergerelateerde kaakklachten kunnen voorkomen als medicatiegerelateerde bijwerking, met name bij gebruik van SSRI’s.

Een actuele medicatie-anamnese is daarom essentieel binnen de geriatrische mondzorg.

De rol van de mondzorgprofessional
Binnen de geriatrische mondzorg ligt de focus niet uitsluitend op dentitie, maar op behoud van functie, comfort en kwaliteit van leven. Preventie en vroegsignalering spelen hierin een centrale rol.

Yvonne Kort is mondhygiënist en momenteel werkzaam in de algemene praktijk. Vanaf augustus start zij daarnaast haar eigen praktijk, Yvital Mondzorg in Woudrichem. Na haar opleiding Mondzorgkunde verdiepte zij zich verder in leefstijl, voeding, hormonen, hypnotherapie en gezondheid, kennis die zij dagelijks toepast in haar werk. Inmiddels verschenen er twee boeken van haar hand en is zij daarnaast docent voor Dental Best Practice.