De vloek van de paro

Het beroep mondhygiënist is een mooi beroep. Zoals ik al in een eerdere column vertelde, is geen dag hetzelfde. We zien iedere dag andere mensen en maken mooie casussen mee. Veel patiënten komen ook al jaren langs en er wordt wederzijds met elkaar gelachen en meegeleefd.

Wanneer ik op feesten en partijen vertel wat mijn beroep is, dan krijg ik ook meestal de heftigste verhalen te horen. In de meeste gevallen hoor ik pittige verhalen over een endo die niet goed te verdoven was, of spannende verslagen van een bezoek aan de kaakchirurg. Een enkele keer heeft de mondhygiënist ook een hoofdrol in het verhaal. Soms gaat het om een bijrol, maar we worden niet vergeten.

Een aantal jaren geleden was ik op de verjaardag van een goede vriendin van mij. Ik raakte in gesprek met haar oom en tante. Bij de eerste woorden drong een bekende geur langzaam mijn neus binnen… Iedere tandarts en mondhygiënist kan deze geur vast wel voor zich halen. De alom bekende parogeur.

De oom en tante vroegen waar ik hun nicht van kende en babbelden vrolijk erop los. In gedachten was ik al een behandelplan aan het smeden. De oom lachte steeds hartelijk zijn tanden bloot en ik bestudeerde de tanden met de dikke lagen plaque. Heerlijk! Daar wil ik mijn airflow wel opzetten. Wat een prachtig resultaat zou het zijn en dat alleen al door de verwijdering van de supragingivale plaque. Mijn visitekaartje brandde in mijn tas, maar hoe pak je dit aan zonder iemand een naar gevoel te geven?

Het gesprek kwam uit op het beroep van de oom. Hij werkte als zzp’er en zijn doel was om samen met zijn vrouw zo veel mogelijk op vakantie te gaan. Hij kon immers zelf zijn tijd indelen. Het liefst gingen ze naar Egypte op vakantie. Heerlijk bakken in de zon en naar een all inclusive hotel. Ze kwamen daar twee keer per jaar en ze kenden er iedereen. Het voelde als een soort van thuiskomen, maar dan in een zonnig land en een temperatuur zo rond de 35 graden. Niet te vergelijken met ons herfstig Nederland. Dat all inclusive beviel de oom en tante uitstekend. In Egypte moet je immers goed oppassen met wat je eet en drinkt, maar in het hotel is alles tot in de puntjes verzorgd. Buiten de muren loert echter de vloek van de farao, en daar kun je goed ziek van worden. Nee, die farao wil je liever niet tegenkomen op vakantie.

Na het bespreken van de vakantieplannen vroegen de oom en tante wat voor werk ik doe. Ik antwoordde dat ik mondhygiënist ben en een vrijgevestigde mondhygiënistenpraktijk in Dordrecht heb. “Mondhygiënist?!” Riepen de oom en tante in koor. “Dat is toch zo’n nieuw beroep?” Verbaasd keek ik ze aan en antwoordde dat de mondhygiënist toch echt al een kleine 60 jaar in Nederland bestaat. De tandarts van de oom en tante had hen ook al naar een mondhygiënist willen sturen, maar daar zagen ze allebei niets in. Van dat geld konden ze beter nog een keer op vakantie gaan. Tja, welke vloek is erger; de vloek van de farao of de vloek van de paro…?

Marloes Rust, MondZorgVuldig
Mondhygiënisten Dordrecht.

Deze column komt tot stand in samenwerking met TePe Benelux B.V.