De kunst van het interdisciplinair werken

Als je de Kliniek voor Parodontologie Amsterdam (KvPA) binnenstapt, merk je het meteen: hier werken specialisten niet náást elkaar, maar mét elkaar. Voor deze jubileumspecial spraken we met Guido Rhemrev en Paul de Kok, twee van de vier partners van de KvPA. Ze vertellen hoe interdisciplinair werken hier dagelijks vorm krijgt: van korte afstemmomenten tot diepgaande casusbesprekingen. En vooral hoe je samen verder komt dan alleen.

Dit jaar bestaat de KvPA 40 jaar. Wat betekent dat voor jullie?
Guido: “Ik ben natuurlijk niet vanaf het begin betrokken geweest, maar wél in al die jaren positief beïnvloed door de oprichters, zoals Frank Abbas en Edwin Winkel. Allemaal grote inspiratoren die mij geholpen hebben in mijn ontwikkeling binnen de parodontologie. Dat is ook het mooie van zo’n rijdende trein waar je op stapt: er zitten mensen in die heel actief bezig zijn in het vak, en die zetten je aan om dat zelf ook te gaan doen. Daarnaast heb ik de intensivering van de kliniek meegemaakt. Toen ik startte, zaten we nog op De Boelelaan met enkele disciplines. Nu zijn we uitgegroeid tot een enorme multidisciplinaire kliniek.”

Paul: “Mogen werken in een kliniek met zo’n historie is een groot goed! Elke week ontmoet ik collega’s, patiënten en relaties die al tientallen jaren betrokken zijn bij de kliniek. Dat besef, dat je samen iets waardevols in stand houdt, geeft mijn werk extra betekenis. Een werkplek die zo lang bestaat, geeft ook een bijzonder familiegevoel. Met sommige collega’s werk ik inmiddels al meer dan 17 jaar samen. Oud-collega’s van wie ik veel heb geleerd, zie en spreek ik nog regelmatig, zoals mijn leermeester Peter Keizer of oprichter Edwin Winkel.”

Wat is interdisciplinair werken bij de KvPA?
Guido: “We werken heel intensief samen. Tussen de patiënten door komen we elkaar tegen in het gezamenlijke kantoor. Dat maakt het vak leuk: je bespreekt je eigen patiënten, maar wordt ook betrokken bij de casussen van collega’s.” Paul: “Precies, het is juist de fysieke samenwerking die het verschil maakt. Doordat we elkaar de hele dag zien, voelt samenwerken aan complexe casuïstiek als heel vanzelfsprekend.”
Guido: “Dat is iets wat digitale tools, hoe handig ze ook zijn, toch minder goed kunnen vervangen. Er zijn tegenwoordig allerlei manieren om te overleggen, bijvoorbeeld via groepsapps waarin je patiëntcasussen bespreekt. Dat werkt prima als je niet op dezelfde locatie zit. Maar in zulke apps geef je vooral advies vanuit je eigen vakgebied, en er is weinig ruimte voor échte discussie. Bovendien moet je alles zo formuleren dat het goed overkomt bij de ander. Dat maakt het overleg stroever en afstandelijker.

Bij ons zitten alle disciplines onder één dak. Je loopt makkelijk bij elkaar binnen, bespreekt iets direct, en kunt gaandeweg je mening bijstellen. En dat is voor mij echt het verschil tussen interdisciplinair en multidisciplinair werken: niet samenwerken vanaf aparte eilandjes, maar echt samen nadenken aan één tafel.”

Paul: “We maken natuurlijk wel gebruik van digitale tools om te overleggen met externe verwijzers en tandtechnici. Denk aan het delen van foto’s, video’s en digital smile design via platforms als Smilecloud, Siilo en Dropbox. Dat maakt de samenwerking buiten de kliniek makkelijker en efficiënter.”

Wat merkt de patiënt van het interdisciplinair werken?
Guido: “In onze praktijk zijn alle specialisten zichtbaar aanwezig. Patiënten die naar ons worden verwezen, zijn hier ook van op de hoogte. Ze geven vaak terug dat de setting hier bijna aanvoelt als een ziekenhuis. We hebben ook een ander doel dan een algemene praktijk, waar mensen vaak komen voor controle en preventie, terwijl bij ons vrijwel alle patiënten forse tandheelkundige problemen hebben. Patiënten vinden het wel een geruststellend idee dat we tijdens een behandeling snel een oplossing met een andere specialist kunnen bedenken. We halen dan ook regelmatig een collega met een andere differentie er tijdens het consult of de behandeling bij, om mee te kijken, mee te denken, of even te helpen als we er zelf niet uitkomen. Tegelijkertijd is het niet zo dat een patiënt automatisch iedereen leert kennen in de praktijk. We staan hier bij wijze van spreken niet naast elkaar als in een koksschool, waarbij de een het voorgerecht doet en de ander het hoofdgerecht. Het gaat niet om verdelen, maar om elkaar aanvullen.”

Paul: “Er zijn veel goede, gedifferentieerde tandartsen in Nederland, maar er zijn maar weinig plekken waar zóveel specialisten samen in één praktijk werken. Dat maakt complexe tandheelkunde een stuk beter haalbaar. De patiënt merkt dat in de logistiek, de korte lijntjes en de rust die dat in het proces brengt.”

Hoe delen jullie nieuwe kennis tussen de verschillende disciplines?
Guido: “Daarvoor hebben we onder andere onze Compact Clinics opgezet. In korte sessies geven we presentaties over een specifiek vakgebied. Ze zijn voornamelijk bedoeld voor externe specialisten, maar we moedigen ook onze eigen medewerkers, zoals mondhygiënisten, aan om deel te nemen. Zo blijven ze op de hoogte van innovaties, weten ze of ze nog de juiste protocollen volgen en welke resultaten ze moeten nastreven. Het is een goed middel om allemaal op hetzelfde niveau te blijven werken. Daarnaast laten we elkaar regelmatig onze behandelresultaten zien. We documenteren onze patiënten zoveel mogelijk: voor, tijdens en na de behandeling. Aan de hand van die documentatie kunnen we casussen makkelijk aan elkaar presenteren, vaak op een informele manier. Dat creëert onderling vertrouwen. Je ziet wie waar goed in is, wie welke resultaten behaalt en wat je bij een collega kunt neerleggen. Voor mij is het vastleggen en delen van casussen essentieel om interdisciplinair werken mogelijk te maken.”

Paul: “Ten slotte plannen we regelmatig dagdelen in om samen behandelplannen op te stellen voor de meest uitgebreide patiëntcasussen. Die bespreken we dan met elkaar en soms ook met externen. Dat werpt elke keer weer nieuw licht op de zaak, en zo delen we meteen de nieuwste inzichten uit onze vakgebieden.”

Welke vaardigheden zijn nodig om goed interdisciplinair te kunnen werken?
Guido: “De belangrijkste vaardigheid in een interdisciplinair team is communicatie. Zelfs als je ervaren bent en veel hebt gezien, is er altijd wel weer een patiënt die je uitdaagt. Daarom is het belangrijk om samen de behandelopties te bespreken en soms ook te kijken of het niet eenvoudiger of anders kan. Er zijn altijd meerdere wegen naar Rome – er is zelden maar één oplossing. Mijn advies aan tandartsen met een eigen praktijk is dan ook: durf de samenwerking aan te gaan. Laat je niet uit het veld slaan door kritiek, maar zie overleg als iets waardevols. Interdisciplinair werken betekent niet dat je je eigen mening oplegt, maar dat je sámen tot een behandelplan komt.”

Paul: “Ik vind ook dat samenwerken betekent dat je je kwetsbaar moet durven opstellen. Je laat je continu in de kaarten kijken door collega’s, en dat betekent dat er altijd wel iemand iets van je werk vindt. Dat vond ik in het begin best even wennen, toen ik als groentje van ACTA kwam, en begon met werken tussen zwaargewichten in het vak. Maar zij hebben zich altijd op een mentorende en opbouwende manier opgesteld, waardoor ik me vrij voelde om niet alleen mijn cases, maar ook mijn twijfels te delen. Als collega’s zijn we hier kritisch op elkaars werk, maar we bieden elkaar ook de ruimte om te leren. Die combinatie is, wat mij betreft, een belangrijke vaardigheid voor interdisciplinair werken.”

Welke ontwikkelingen zien jullie in het interdisciplinair werken?
Guido: “Er gebeurt momenteel veel op het gebied van AI. Dat is een mooie ontwikkeling, en ik denk echt dat het interdisciplinair werken naar een hoger niveau gaat tillen. Ik zie bijvoorbeeld ChatGPT als een derde persoon aan tafel, iemand waarmee je overlegt en die je helpt bepaalde handelingen of beslissingen te onderbouwen. De uiteindelijke keuze ligt natuurlijk altijd bij de behandelaar, want AI kan wel kennis delen, maar niet de kunde inschatten. Daar zit nog ruimte voor ontwikkeling. Onlangs had ik een patiënt met afwijkingen aan het mondslijmvlies. Ik vermoedde een verband met sarcoïdose, maar wist het niet zeker. ChatGPT bevestigde dat verband en gaf meteen aanvullende inzichten die ik kon doorspelen aan de verwijzer.”

Paul: “Een andere ontwikkeling die het interdisciplinair werken versterkt, is digitale beeldvorming. Beelden zeggen meer dan duizend woorden, en dat geldt helemaal voor 3D-beelden. Door intra-orale scans, CBCT-scans en virtuele wax-ups met elkaar te delen, wordt veel sneller duidelijk wat je van elkaar verwacht.”

PS Wist je dat KvPA haar 40-jarige bestaan viert met een Jubileum Event?
Ga voor meer informatie naar: https://www.aanmelder.nl/kvpa

Guido Rhemrev Guido is sinds 2004 werkzaam bij de KvPA en sinds 2007 mede-eigenaar. Hij is erkend tandarts-parodontoloog en implantoloog, en was jarenlang opleider aan ACTA op de afdeling Parodontologie. Zijn expertise ligt bij parodontale plastische microchirurgie en regeneratie – onderwerpen waarover hij veelvuldig heeft gepubliceerd en spreekt in binnen- en buitenland. Binnen de KvPA geeft Guido Compact Clinics en hands-on trainingen met een speciale focus op verfijnde hechttechnieken.

dr. Paul de Kok Paul is sinds 2008 werkzaam bij de KvPA en sinds 2014 mede-eigenaar. Paul is erkend restauratief tandarts en doceerde vele jaren voornamelijk over indirecte restauraties op ACTA. Hij promoveerde op het vakgebied materiaalkunde, heeft een grote interesse in het esthetisch en functioneel herstel van het gebit en is een gepassioneerd docent en spreker op diverse cursussen en congressen. Daarnaast publiceert Paul regelmatig in (inter)nationale tijdschriften, is hij reviewer van wetenschappelijke tijdschriften en cohost van de tandheelkundige podcast ‘Breek me de bek niet open’.