Voorgenomen besluit
Op 1 juli 2020 startte het experiment ‘Tijdelijke Zelfstandige Bevoegdheid Mondhygiënisten’, met als doel te onderzoeken of mondhygiënisten zelfstandig risicovolle, voorbehouden handelingen konden uitvoeren zonder verlies van kwaliteit. Het experiment bouwde voort op eerdere beleidsadviezen, waaronder het Adviesrapport Capaciteit in de Mondzorg (Commissie Lapré, 2000) en het Rapport Innovatie in de Mondzorg (2006), die pleitten voor een efficiëntere samenwerking tussen mondzorgprofessionals en een prominente rol voor mondhygiënisten in preventieve en curatieve zorg. De ministers Schippers en Bruins gaven later verdere vorm aan deze beleidslijn door de weg vrij te maken voor taakherschikking en het opzetten van dit experiment.
De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) stelde strikte eisen aan deelname. Alleen mondhygiënisten met een diploma van de vierjarige hbo-opleiding Mondzorgkunde (behaald na 2006) en een certificaat Stralingsbescherming kwamen in aanmerking. Deelnemers werden geregistreerd in een tijdelijk BIG-register onder de titel Geregistreerd-Mondhygiënist (GMH).
Het experiment
Tijdens het experiment kregen zij de wettelijke bevoegdheid om zelfstandig de volgende handelingen uit te voeren:
- Toedienen van plaatselijke anesthesie (verdoving);
- Prepareren van primaire caviteiten (behandeling van kleine gaatjes);
- Toepassen van ioniserende straling (het maken en beoordelen van röntgenfoto’s).
Het experiment werd wetenschappelijk geëvalueerd door de afdeling KEMTA van het Maastricht UMC+, in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De evaluatie richtte zich op de effecten van taakherschikking op de kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid van de mondzorg. Het rapport werd in maart 2024 gepubliceerd, waarin belangrijke inzichten naar voren kwamen over de impact van de tijdelijke toekenning: – GMH’s wisten met succes en regelmaat zelfstandig anesthesie toe te passen en röntgenfoto’s te maken en te beoorde-len, met waarborging van de kwaliteit en patiënt-veiligheid; – Hoewel het draagvlak voor volledige zelfstandigheid bij het prepareren van primaire caviteiten beperkt bleef, toonden de GMH-en aan dat zij veilig en effectief caviteiten van beperkte complexiteit konden behandelen. In 64,1% van de gevallen waren zij hierbij betrokken. Complexere gevallen werden meestal doorverwezen naar tandartsen, wat risico’s zoals pulpa-exponatie minimaliseerde; – Patiënten waren positief over de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg door GMH-en; en – Er werd geen aanleiding gevonden om te veronderstellen dat de patiëntveiligheid in de onderzochte populatie in het geding was.
Advies vanuit de onderzoeksgroep
KEMTA adviseerde op basis van deze resultaten om mondhygiënisten definitief de zelfstandige bevoegdheid toe te kennen voor het toedienen van anesthesie (injecties) en het toepassen van ioniserende straling (het maken en beoordelen van röntgenfoto’s voor wat betreft solo- en bitewing opnamen). Daarnaast werd aanbevolen om de functionele zelfstandigheid van mondhygiënisten te behouden voor het behandelen van primaire caviteiten, waarbij zij deze handelingen mogen uitvoeren op basis van een schriftelijke opdracht van de tandarts.
Beleidsbesluit en reacties
Op 12 november jl. besloot Minister Agema om de tijdelijke zelfstandige bevoegdheden voor GMH-en niet definitief te maken na afloop van het experiment. De Minister baseerde dit besluit op methodologische beperkingen in de evaluatie en het gebrek aan bewijs voor structurele tijds- en kostenbesparingen. Het besluit, dat de tijdelijke bevoegdheden per 1 juli 2025 intrekt, leidde tot brede verontwaardiging, met name vanuit de beroepsvereniging NVM-mondhygiënisten.
De beroepsvereniging wees erop dat het besluit niet in lijn is met de positieve evaluatie van KEMTA, die benadrukt dat taakherschikking niet alleen haalbaar is, maar ook bijdraagt aan de kwaliteit en doelmatigheid van zorg. Bovendien gaf NVM-mondhygiënisten aan dat de Minister hiermee een belangrijke kans liet liggen om de preventieve rol van mondhygiënisten verder te versterken. Dit besluit onderstreept de complexiteit van taakherschikking in de zorg, waar wetenschappelijke inzichten en beleidsvorming niet altijd synchroon lopen. Desondanks blijft de beroepsvereniging zich krachtig inzetten om het besluit te herzien en een duurzame toekomst voor taakherschikking binnen de mondzorg te waarborgen. Het debat in de Tweede Kamer op 19 december 2024 kan hierin mogelijk een beslissende rol spelen.
Daphne Immerzeel, beleidsmedewerker bestuurlijke zaken bij NVM-Mondhygiënisten.

