Hoe ervaring mijn kijk op implantologie veranderde

Implantaten zijn niet meer weg te denken uit de hedendaagse tandheelkunde. Iedere tandarts beschouwt ze inmiddels als een reguliere voorziening in de mond van patiënten. Heel wat anders dan dertig jaar geleden, toen door veel collega’s nog werd gezegd dat de implantologie experimenteel was. Evengoed is het opmerkelijk dat niet alle tandartsen weten wat ze ermee aan moeten, er met een boogje omheen gaan en, als het dan echt niet anders kan, verwijzen naar de implantoloog. Op zich is dat prima; daarvoor zijn er gedifferentieerde tandartsen. Misschien zou elke tandarts in zijn kastje een laadje met implantaten moeten hebben voor ‘standaard’ casussen en, zodra dat niet het geval is, gericht doorsturen.
Ruim veertig jaar geleden zag ik de eerste presentatie over implantaten op mijn alma mater, de tandheelkundefaculteit van de Universiteit van Amsterdam (UvA), en dacht meteen: dat wil ik ook. Al tijdens mijn studie verdiepte ik me erin en mocht ik meekijken bij de eerste bovenkaak die op de Louwesweg werd geïmplanteerd. Een Zweedse meneer gaf aanwijzingen aan dr. Grevers en prof. Coppes: PerIngvar Brånemark. Geheimzinnig allemaal, in een donkere OK met alleen de operatielamp als spot op de mond van de patiënt. Ik wilde niets liever dan met deze mannen meedoen.

Jaren later, met de marine in Gothenburg, bezocht ik het Brånemark Center en kreeg ik een rondleiding van prof. Albrektsson. Deze godfathers van de implantologie waren mijn lichtende voorbeelden.

Een paar jaar later werkte ik op de afdeling implantologie van het ACTA, en dat is altijd zo gebleven. Nog steeds geniet ik enorm van het werken met implantaten en van het feit dat ik patiënten daarmee weer kan laten functioneren – en er zo mogelijk ook weer goed kan laten uitzien. Vandaag is er ongelooflijk veel mogelijk in de implantologie. Zoveel keuzes, methoden en materialen, allemaal afgewogen tegen de wetenschap. Waar het begin simpel was – ‘volg de Brånemark-methode’ – is het nu complexer. In mijn kliniek in Blaricum oefen en evalueer ik verschillende opties om tot best practice te komen. Op ACTA bestuderen we, vaak in teamverband, bestaande en nieuwe behandelmethoden. Die kennis mogen delen met enthousiaste, vaak jonge collega’s, houdt het vak uitdagend en scherp.

Daar komt de samenwerking met vermaarde Nederlandse collega’s en die van New York University (NYU) nog bij. Namen als Tarnow en Wallace hebben het vak blijvend gevormd. Hun werk heeft geleid tot belangrijke inzichten, zoals de vereiste bothoogte voor papilvorming en het gangbaar maken van de sinuslift.

In New York delen grootheden hun wetenschappelijk onderbouwde ervaring; in Nederland voegen we daar met Dental Best Practice een praktische dimensie aan toe. Het wordt een prachtige reis en een ervaring waar menig tandarts met affi-niteit voor de implantologie z’n leven lang plezier van zal hebben. Let’s go!

Erik Blom,
tandarts-implantoloog bij Tandheelkunde Kliniek Blaricum en universitair docent aan ACTA.