Hoe staat het nu met de wetgeving rond zzp’ers?

Wet DBA en wetsvoorstel VBAR

Als eigenaar van een tandartspraktijk ben je niet alleen verantwoordelijk voor de gezondheid van je patiënten, maar ook voor het correct naleven van de regels en wetgeving rondom de inzet van personeel. Belangrijke wetgeving op dit gebied is de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties). Er is een nieuw wetsvoorstel in de maak, het wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden), dat een impact zal hebben op hoe je met zzp’ers en andere flexibele krachten werkt. In dit artikel leggen we uit wat deze wetten inhouden en wat ze betekenen voor jouw tandartspraktijk.

Wat is de Wet DBA?
De Wet DBA is in 2016 ingevoerd en verving de oude VAR-verklaring (Verklaring Arbeidsrelatie). Doel van deze wet is om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. De bedoeling was dat er beter gecontroleerd wordt of een zzp’er (zelfstandige zonder personeel) echt zelfstandig is en niet eigenlijk in loondienst werkt. Voor tandartspraktijken, die vaak gebruik maken van Zzp’ers voor bijvoorbeeld waarneming maar ook voor langduriger ondersteuning, is het belangrijk om goed te begrijpen wat de Wet DBA inhoudt.
Onder de Wet DBA ben je als opdrachtgever medever-antwoordelijk voor de juiste arbeidsrelatie. Dit betekent dat als de Belastingdienst achteraf oordeelt dat een zzp’er eigenlijk in loondienst is of had moeten zijn, jij als praktijkhouder aansprakelijk bent voor de loonbelasting en sociale premies die niet zijn afgedragen. Dit kan grote financiële gevolgen hebben. Tot januari 2025 zal de Belastingdienst alleen duidelijke misstanden aanpakken en krijg je een herstelmogelijkheid, de gelegenheid om bijvoorbeeld samen alsnog een dienstverband overeen te komen. Tot nu toe is het werken met zzp’ers dan ook fiscaal gezien niet zo riskant, als je een modelovereenkomst gebruikt. Het grootste risico is op dit moment dat een zzp’er een loondienstverband claimt in een arbeidsrechtelijke procedure. Dat zou bijvoorbeeld tot gevolg kunnen hebben dat je loon aan een werkende verschuldigd bent, ook als iemand langdurig ziek is. Vanaf 2025 gaat de belastingdienst de wet DBA handhaven zonder herstelmogelijkheid en met terugwerkende kracht. Daarmee stijgt het risico van het werken met zzp’ers aanzienlijk, zelfs als je gebruik maakt van een modelovereenkomst.

Wat betekent dit concreet?
De meeste praktijken en zzp’ers hebben de onderlinge afspraken vastgelegd op basis van een door de belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst van opdracht voor de mondzorg. Deze modelovereenkomsten geven aan onder welke voorwaarden er sprake is van een zelfstandige opdracht, en niet van een dienstbetrekking. De daarvoor cruciale artikelen zijn voor het gemak geel gearceerd als je de overeenkomst downloadt op de website van de belastingdienst. Let echter op: de Belastingdienst kijkt niet alleen naar de papieren werkelijkheid, maar ook naar de feitelijke situatie. Het is dus belangrijk dat de werkelijke praktijkvoering overeenkomt met de gemaakte afspraken. De Belastingdienst heeft aangegeven bij handhaving vooral te gaan kijken naar hoe men met elkaar samenwerkt in de praktijk. Geef je als praktijkhouder je zzp’er aan wanneer, waar en vooral hoe hij moet werken (gezag), heeft hij of zij geen andere opdrachtgevers, werkt hij 5 dagen bij je voor een lange periode, zij aan zij met werknemers in loondienst? De Belastingdienst zal aan al die omstandigheden meer waarde hechten dan of je een modelovereenkomst hebt getekend samen. Een rechter ook, mocht een zzp’er/werknemer een dienstverband claimen in een juridische procedure. Een modelovereenkomst tekenen zonder de werkelijkheid kritisch te beoordelen is dus riskant.

Het wetsvoorstel VBAR
Het wetsvoorstel VBAR is een wetsvoorstel dat nog in ontwikkeling is, al heel wat jaren inmiddels. Dit wetsvoorstel moet de Wet DBA gaan vervangen. De nieuwe wet moet voor duidelijkheid en voorspelbaarheid zorgen over de vraag wanneer iemand als zelfstandige kan werken en wanneer er sprake is van een dienstbetrekking. Het bepalend criterium van of er gezag of instructiebevoegdheid is tussen samenwerkende partijen, blijft het uitgangspunt. Maar er is een nieuw criterium waardoor samenwerkingsvormen in de mondzorg in moeilijkheden komen, zoals het voorstel er nu ligt. Het werk mag namelijk niet zijn ‘ingebed’ in de organisatie, ofwel behoren tot de kernactiviteiten van de onderneming. Mondzorgparktijken verlenen mondzorg, dus mondzorgverleners verrichten werk dat cruciaal en zeker ingebed is in de organisatie. Alleen bijvoorbeeld een schilder, monteur of adviseur die op de praktijk een losse klus komt doen, verricht werk dat niet is ingebed in de organisatie. Als het wetsvoorstel wordt doorgevoerd zoals het er nu ligt, zouden zzp-mondzorgverleners ofwel in loondienst moeten gaan werken, dan wel mede-eigenaar van de praktijk moeten worden. Veel meer smaken zijn er niet op dit moment.

Wat verandert er met VBAR?
Met de komst van wet VBAR wordt het voor tandartspraktijken mogelijk om vooraf meer zekerheid te krijgen over de arbeidsrelatie met zzp’ers. De bedoeling is dat door het invullen van de webmodule kun je als praktijkhouder direct zien of de opdracht door een zelfstandige kan worden uitgevoerd. Dit zorgt voor minder onzekerheid en vermindert het risico op naheffingen en boetes achteraf.
In het stroomschema op de vorige pagina staan de beoordelingscriteria volgens het huidige wetsvoorstel weergegeven.

Wat moet je nu doen?
De volgende stappen kun je alvast zetten ter voorbereiding op de wetgeving die gaat komen:

  1. Actuele modelovereenkomsten te gebruiken. Controleer of de modelovereenkomsten die je gebruikt nog actueel zijn en voldoen aan de eisen van de Belastingdienst.
  2. De praktijkvoering te toetsen. Zorg ervoor dat de manier waarop je met zzp’ers werkt ook in de praktijk overeenkomt met de gemaakte afspraken in de overeenkomst. Kan je dat aantonen?
  3. Blijf op de hoogte van de ontwikkelingen. Volg de nieuwsberichten over het wetsvoorstel VBAR en andere relevante wetgeving. Dit kan via vakbladen, nieuwsbrieven van de KNMT of juridische adviseurs.
  4. Ga met elkaar in gesprek. Bespreek alvast de mogelijke consequenties als samenwerken op zzp-basis straks in de nieuwe wet inderdaad niet meer mogelijk blijkt. Hoe ga je dan met elkaar verder? In een werkgever/werknemer relatie, of als partners in het ondernemerschap? Hoe kijk je daar als praktijkhouder naar? En hoe kijkt de zzp-tandarts daarnaar? Wil die medeverantwoordelijkheid dragen voor de onderneming? Hoe dan ook, de onderlinge samenwerking gaat een andere vorm krijgen als het huidige wetsvoorstel wordt doorgevoerd.
    In november 2023 hebben de KNMT en de VvAA als vertegenwoordigers van de sector mondzorg tegen het wetsvoorstel verweer gevoerd bij het ministerie. Met argumenten die spelen in de branche, zoals de wens om aan ziek en piek het hoofd te kunnen blijven bieden. Ook al was en is er veel kritiek op het wetsvoorstel, het werd (nog) niet ingetrokken en ligt inmiddels bij de Raad van State. Daarna zal het wetsvoorstel nog langs de kamers van ons parlement moeten. Er is al te kennen gegeven dat de nieuwe wetgeving er niet komt tot tenminste 1 januari 2026. KNMT en VvAA blijven namens de mondzorg sector het belang van flexibele oplossingen bij ziek en piek, calamiteiten en bijzondere situaties aangeven bij wetgever en bij de Belastingdienst.
    De handhaving per januari 2025 en het wetsvoorstel VBAR zorgt overigens in heel veel sectoren tot het herbezinnen op samenwerkingsvormen. Denk aan huisartsenzorg, thuiszorg, medisch specialistische zorg, maar ook aan de kinderopvang, het onderwijs en de bouwsector. Allemaal sectoren met schaarste én met veel zzp’ers. De overheid zelf is ook goed in het inzetten van zzp’ers. Een grote kinderopvang organisatie heeft al aangekondigd per januari 2025 helemaal geen zzp’ers meer in te zetten. Zij proberen de zzp’ers te bewegen in loondienst te gaan werken.

Conclusie
Voor de vele tandartspraktijken die werken met zzp’ers is het essentieel om goed op de hoogte te zijn van de wet DBA en vóór 1 januari 2025 de modelovereenkomsten te actualiseren. Verder ook om de dagelijkse praktijk in lijn te houden of brengen met de afspraken in die overeenkomsten. Dit voorkomt niet alleen financiële risico’s, maar zorgt er ook voor dat je als praktijkhouder op een verantwoorde en professionele manier met je zorgverleners omgaat. Hoe de aankomende VBAR wetgeving en de handhaving van de Belastingdienst zich ook ontwikkelen de komende tijd, we blijven dit op de voet volgen.

Valesca Nederlof, is jurist en voormalig advocaat. Daarnaast was zij praktijkmanager in een mondzorgonderneming. Hierdoor weet zij goed wat er komt kijken bij het managen van een mondzorgonderneming. Tegenwoordig werkt zij als HR-adviseur bij Dental Care Professionals.