De afgelopen vijftien jaar hebben nieuwe technieken en methoden het werk van implantologen aanzienlijk veranderd. De vraag naar implantologische oplossingen blijft wereldwijd stijgen. Toch brengt deze groei ook uitdagingen met zich mee, zoals de druk om steeds sneller te werken en de invloed van commerciële belangen. Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen binnen de implantologie volgens Frank en David? Welke praktijkinzichten willen ze delen en wat drijft hen om dit vak met zoveel passie uit te oefenen?
Voor deze editie spraken we met twee bevlogen implantologen: Frank Andriessen en David Rijkens. Twaalf jaar geleden prijkten ze al op de cover van de tweede editie van Dentista Magazine. Frank voltooi-de in 2012 zijn driejarige specialisatie Orale Implantologie en Prothetiek aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). Hij is eigenaar van het Tandheelkundig Centrum Wilhelminapier in Rotterdam, een verwijspraktijk voor endodontologie, implantologie, restauratieve tandheelkunde en prothetiek. Daarnaast heeft hij zich tien jaar ingezet bij het Consilium van de Nederlandse Vereniging voor Orale Implantologie (NVOI), waar hij zich bezighield met de kwaliteitsstandaarden voor implantologen.
Hij is momenteel actief visiteur voor de NVOI. David volgde eveneens de opleiding Orale Implantologie en Prothetiek (ACTA). Hij is mede-eigenaar van Mondzorg Kudelstaart, een verwijspraktijk voor implantologie, endodontologie, restauratieve tandheelkunde en prothetiek. Daarnaast was hij vijf jaar secretaris bij de NVOI en is nu tevens werkzaam als visiteur voor de NVOI.
Frank en David waren samen twaalf jaar docent en cursusleider van de Masterclass Implantologie aan het ACTA en schreven talloze artikelen over implantologie voor Dentista. Tegenwoordig geven ze de Leergang Implantologie: Vast & Zeker, waarin zij hun kennis overdragen aan de nieuwe generatie implantologen.
Wat was jullie drijfveer om 15 jaar geleden te beginnen met implanteren?
Frank: “Tijdens de algemene opleiding leer je veel over preventie, controles, wortelkanaalbehandelingen, restauraties, en verdiep je je beperkt in chirurgische vaardigheden. Maar daarna houdt het vaak op. Implantologie bood mij de mogelijkheid om iets nieuws te leren. Ik zag het als een enorme meerwaarde voor mijn werk als algemeen practicus, en het chirurgische aspect sprak mij erg aan.”
David valt bij: “In Nederland is iedere tandarts bevoegd om implantaten te plaatsen, maar in de algemene opleiding wordt hier weinig aandacht aan besteed. Er zijn ongeveer 350 door de NVOI erkende implantologen, maar daarnaast zijn er ook veel tandartsen die op kleine schaal implantaten plaatsen. Je moet je echt bekwamen om het vak onder de knie te krijgen en dat maakte het voor mij zo interessant.”
Hoe is jullie samenwerking ontstaan?
Frank en David kennen elkaar al sinds de eerste dag van de opleiding Tandheelkunde aan het ACTA. “We werden al snel goede vrienden”, vertelt David. Beiden studeerden in 2006 af als tandarts en zonder dat ze het van elkaar wisten, solliciteerden ze in 2009 voor de opleiding tot implantoloog. “Toen we erachter kwamen dat we allebei waren toegelaten, was dat een leuke verrassing”, lacht David.
Hun vriendschap en gedeelde interesse in implantologie vormden de basis voor hun latere samenwerking. Na hun opleiding tot implantoloog werden ze gevraagd om samen de Masterclass Implantologie aan het ACTA over te nemen. “Dat was een geweldige kans”, zegt Frank. “We hadden weinig ervaring met lesgeven, maar we zijn er met enthousiasme ingedoken en hebben het uiteindelijk twaalf jaar lang gedaan.” David: “We stapten er een beetje in met een Pippi Langkous-mentaliteit: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.’ Het heeft ons enorm veel gebracht.”
Na veel succesvolle jaren lesgeven aan het ACTA besloten Frank en David hun expertise in een andere vorm te gieten. “We waren al jaren aan het broeden op hoe we cursisten meer praktijkbegeleiding konden bieden”, legt David uit. “Op de universiteit was dat met de masterclass implantologie niet altijd even goed mogelijk bij elke cursist. Daarom hebben we zelf de Leergang Implantologie: Vast & Zeker opgezet, met meer opeenvolgende modules en na elke module een mentorschap. Zo kunnen we onze kennis en ervaring nog beter overdragen.”
Voor beiden is het opleiden van nieuwe generaties implantologen niet alleen een professionele ambitie, maar ook een persoonlijke drijfveer. “Destijds hebben onze docenten veel tijd in ons gestoken”, zegt David. “Ik voel mij nu ook verplicht om nieuwe implantologen op te leiden.” Frank sluit zich daarbij aan: “Het is fantastisch om te zien hoe we cursisten nu nog beter kunnen ondersteunen en ze echt kunnen helpen groeien in dit vak. Het maakt mij supertrots als een van mijn cursisten uiteindelijk wordt erkend als implantoloog.”
Welke grote ontwikkelingen in de implantologie hebben jullie de afgelopen 15 jaar gezien?
Frank: “Een belangrijke ontwikkeling is de verschuiving van macro naar micro. Tegenwoordig werken we veel verfijnder, met behulp van vergroting zoals een loepbril en loeplicht. We gebruiken fijn microchirurgisch instrumentarium, dun hechtdraad en nieuwe hechttechnieken. Vroeger gingen we veel grover te werk, waardoor we minder mogelijkheden hadden, bijvoorbeeld bij tandvleescorrecties. Deze verfijnde aanpak is een goede verbetering.”
Hij vervolgt: “Prothetisch gezien zie je ook een aantal grote veranderingen. Vroeger cementeerde je de kroon in de mond op het abutment. Tegenwoordig cementeren wij kronen niet meer direct in de mond, maar worden deze in het laboratorium op het abutment gecementeerd en vervolgens in de mond verschroefd. Sinds enkele jaren kan er ook onder een hoek verschroefd worden, zodat het schroefgat altijd op een gunstige plek zit. Daarnaast zijn er grote vooruitgangen in de botopbouwmaterialen en -technieken. In het verleden werd vaak alleen autoloog (eigen) bot gebruikt om de kaak op te bouwen. Je ziet nu een verschuiving richting het gebruik van botsubstituten, zoals dierlijk bot of donorbot.” David: “Soms komen technieken, verdwijnen ze langzaam, en komen ze ook weer terug. Het is daarom belangrijk om ook kennis te hebben van technieken uit het verleden.”
Frank: “Dat klopt, een voorbeeld hiervan is L-PRF, een techniek waarbij je het bloed van de patiënt zelf gebruikt. Deze techniek werd 20 jaar geleden al op een andere manier toegepast en is enkele jaren gele-den op een verbeterde manier teruggekomen.” David: “Bovendien zijn commerciële belangen een grotere rol gaan spelen in de implantologie. Bedrijven willen snel nieuwe producten op de markt bren-gen, die misschien niet altijd de beste zijn, maar wel commercieel succesvol. Eigenlijk zou je een studie van 20 jaar moeten hebben om echt iets te kunnen zeggen over een bepaald product, maar tegen die tijd is dat product vaak al niet meer op de markt. We heb-ben simpelweg weinig hoogwaardige langetermijnli-teratuur. Daarom is het belangrijk om als implantoloog de juiste kennis en kunde te hebben om niet in elke hype mee te gaan. Je uitgangspunt moet altijd zijn dat je patiënt een stabiel eindresultaat krijgt, en niet dat je producten aanschaft voor mooie foto’s op je Instagram. Wij leren cursisten op een voorspelbare manier goede langetermijnresultaten te bereiken.” Frank vult aan: “Inderdaad. Wat we nu vaak zien op congressen of social media, zijn kortetermijnresultaten na één jaar of direct na de behandeling. Maar het is veel belangrijker om te weten hoe het resultaat er na 5 of 10 jaar uitziet. Dat geeft pas echt goed zicht op de effectiviteit van een behandeling.”
David: “De verwachtingen van de patiënt zelf zijn ook heel anders dan 15 jaar geleden. Mensen willen alles sneller. Waar implantaten 20 jaar geleden nog een halfjaar moesten ingroeien, zien we nu vaak dat een tand wordt verwijderd en direct een implantaat wordt geplaatst.”
Frank: “Je ziet inderdaad een verschuiving naar direct implanteren na extractie, oftewel immediate placement. En dat is meteen een valkuil.” David: “Als professional moet je jezelf blijven afvragen in welke situatie het een toegevoegde waarde heeft om alles sneller te willen doen. Vaak kun je patiënten ook heel goed betrekken bij de behandelkeuzes, zodat ze begrijpen waarom een bepaalde aanpak voorspelbaarder is.”
De druk om sneller te werken en de hoge verwachtingen van patiënten zetten de kwaliteit van de implantologie onder druk. David: “We zien helaas dat het niveau van de implantologie er niet altijd beter op wordt. Het lijkt allemaal heel gaaf en heel leuk, een beetje ‘Instagram’ tandheelkunde, maar er zit wel een complex biologisch principe achter. Het plaatsen van een implantaat in het bot is helemaal niet zo ingewikkeld; dat is een chirurgisch trucje. Over het algemeen groeit een implantaat ook wel vast. Maar het gaat erom dat je begrijpt waarom het vastgroeit, welke diepte en positie de juiste zijn, en bij welke patiënt de behandeling geïndiceerd is. Het is onze missie om dat goed over te brengen aan implantologen in opleiding.”
Hoe hebben technologische innovaties jullie werk veranderd?
Frank: “Een belangrijkste technologische ontwikkeling is de CBCT-scan. Hiermee kun je voorafgaand aan de behandeling veel makkelijker een planning maken, wat sommige behandelingen enorm vereenvoudigt. Daarnaast is de intra-orale mondscanner voor de implantologie geïntroduceerd. Je kunt nu een mondscan maken zonder nog afdrukken te hoeven nemen, wat een enorme technologische vooruitgang is.”
David: “Wat tien jaar geleden nog onmogelijk was, kan nu wel: je kunt een mondscan combineren met een CBCT-scan van bijvoorbeeld de bovenkaak. Door deze scans over elkaar heen te leggen, krijg je een zeer gedetailleerd en precies beeld. Met alle data die we tegenwoordig hebben, is het nu mogelijk om een tand of kies volledig te kopiëren en een tijdelijke kroon op maat te maken. Zo kun je nu – los van de planningstijd – binnen 20 minuten een voortand verwijderen, een malletje fixeren, het implantaat plaatsen en de kroon erop plaatsen. Dat maakt behandelingen veel efficiënter en komt het resultaat van de behandeling ten goede.”
David benadrukt echter ook de keerzijde van deze innovaties. “Frank en ik zijn nauwelijks opgeleid met de CBCT-scan; we deden alles uit de hand en hebben zo een gevoel ontwikkeld voor de techniek. Wij gebruiken de scans in bepaalde gevallen als goed hulpmiddel, maar voor beginnende collega’s lijkt het misschien alsof alles heel eenvoudig is. Dat is het echter niet, want je moet goed weten bij welke patiënt je wat kunt toepassen.”
Welke verandering zien jullie in de samenwerking met andere specialisten?
Frank: “De multidisciplinaire samenwerking is de laatste jaren echt in opkomst. Vroeger had je kleine eenmanspraktijken, maar tegenwoordig zie je grotere praktijken met verschillende specialismen onder één dak. De ene collega richt zich misschien meer op restauratieve behandelingen, terwijl de ander zich meer op chirurgische ingrepen richt.”
David: “In mijn praktijk hebben we bijvoorbeeld een endodontoloog, die een belangrijke aanvulling is op een implantoloog. Het is niet alleen gezellig en leuk, maar het is ook enorm handig. Als ik bijvoorbeeld een verwijzing krijg voor een implantaat bij een jong persoon, vraag ik vaak even de endodontoloog erbij om te kijken of het probleem misschien met een wortelkanaalbehandeling opgelost kan worden. En andersom gebeurt dat natuurlijk ook. Patiënten vinden het bovendien heel prettig dat ze op één consult twee specialisten kunnen zien.”
Frank: “Hierbij moet je niet uit het oog verliezen dat je natuurlijk wel van alle disciplines weet moet hebben.” David stemt hiermee in: “Ja, je moet inderdaad opletten dat je geen tunnelvisie krijgt.”
Welke ontwikkelingen kunnen we nog verwachten binnen de implantologie?
Frank: “Er is een duidelijke trend in het gebruik van zirconia implantaten. Daarnaast wordt er veel onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van specifieke oppervlaktes om het risico op peri-implantitis te verminderen. Ook wordt er gewerkt aan coatings met materialen die minder gevoelig zijn voor de ontwikkeling van peri-implantitis. Verder richt men zich op botmaterialen die het gemakkelijker en sneller maken voor het bot om in te groeien.”
David en Frank merken op dat de vraag naar implantologie toeneemt en verwachten dat dit de komende decennia zo zal blijven. Toch moeten we alert blijven. David: “Op dag 1 van onze leergang zeggen wij altijd meteen ‘Een implantaat vervangt geen tand of kies maar een verloren gegane of niet te behouden tand of kies’. Er zijn heel veel methodes, zoals een wortelkanaalbehandeling, die prima zijn om een implantaat te voorkomen. Als ik bij iemand kan voorkomen om een implantaat te plaatsen, dan heeft dat altijd mijn voorkeur. Patiënten denken vaak: ‘Ik heb een implantaat en ben van alles af’, maar dat is niet altijd het geval.”
Frank: “Precies. Daarom is het belangrijk om te beseffen dat implantaten niet altijd de oplossing zijn voor elke situatie. Naast het chirurgische aspect, moet je als implantoloog dus ook in staat zijn om de patiënt goed voor te lichten over wat een implantaat inhoudt en welke risico’s ermee gepaard gaan. Je hebt als professional en cursusdocent hierin een hele verantwoordelijke rol.”
Welke tips hebben jullie voor algemeen practici en de nieuwe generatie implantologen?
Frank benadrukt dat nascholing essentieel blijft voor tandartsen die zelf niet implanteren, maar wel met implantaten werken. “Als je als algemeen practicus niet zelf wilt implanteren, maar wel zelf de prothetiek wilt verzorgen, zorg dan dat je je daarin heel goed bekwaamt. Er zijn enorm veel keuzes te maken, en als je niet weet wat er mogelijk is of je maakt een verkeerde keuze, kan dat leiden tot een foutief werkstuk. Dat kan vervolgens grote problemen veroorzaken voor het implantaat. Ook hierin geldt: nascholing is onmisbaar. Het is niet zomaar ‘even’ een kroontje maken.”
David sluit zich hierbij aan: “We herkennen uit de algemene praktijk dat veel problemen rondom implantaten voortkomen uit een gebrek aan kennis. Soms is de positie van het implantaat of de indicatiestelling niet goed, maar vaak ligt de oorzaak van het ontstane probleem ook bij de suprastructuur, dus de kroon of brug. Hoewel de intentie van de behandeling goed is, ontstaan er problemen door onvoldoende inzicht in wat werkt en wat niet.” Frank: “Je hebt het dan over welke materialen gebruik je, welke vormgeving, welke soort abutments, van welke materialen maak je die, hoeveel druk zet je op het tandvlees, wat voor instructie geef je, etcetera.”
Voor de nieuwe generatie implantologen hebben ze ook heldere adviezen. David: “Bij de eerste 500 implantaten die je plaatst, moet je ook zelf de kronen maken. Je ziet toch veel in de praktijk dat één iemand implantaten plaatst en de ander de kronen er op maakt. Dan zie je dus niet de consequenties van je eigen werk. Het is ook belangrijk dat je na zoveel jaar weer je patiënten – bijvoorbeeld verwezen – terugziet en bekijkt wat het resultaat is.”
Frank: “Doe niet te veel in één keer en gun jezelf de tijd om dingen aan te leren.” Begin met eenvoudige casussen en voer het stap voor stap op. Probeer niet meteen het allermoeilijkste, maar pas wat je leert direct toe in de praktijk. Zo krijg je het onder de knie.” David: “En stel jezelf kwetsbaar op. Neem bijvoorbeeld een dag vrij op de praktijk en ga een halfjaar meekijken met een ervaren implantoloog. Dat is ontzettend waardevol. De huidige generatie implantologen wil natuurlijk goede opvolgers en uiteindelijk is iedereen wel bereid om goede mensen het vak te leren.” Hij vervolgt: “Het laatste wat ik wil meegeven is als je een keuze maakt, ga er dan ook vol voor. Implantologie komt je niet aanwaaien. En je moet zeker ook andere dingen naast je werk blijven doen. Je moet ook de deur van de praktijk achter je dicht kunnen trekken.”
Frank Andriessen en David Rijkens

