Lachgassedatie in de mondzorg: zoeken naar de juiste balans

Iedere behandelaar kent ze: patiënten voor wie een behandeling niet vanzelfsprekend verloopt. Angst, een beperking, een sterke kokhalsreflex of eerdere negatieve ervaringen kunnen maken dat zelfs relatief eenvoudige medische of tandheelkundige zorg een grote uitdaging wordt. Op zulke momenten draait goede zorg niet alleen meer om techniek, maar vooral om de vraag: wat heeft deze patiënt nodig om zich veilig en behandelbaar te voelen?

Dit artikel bespreekt hoe basistechnieken, communicatie en sedatiemogelijkheden — waaronder lachgassedatie — kunnen bijdragen aan patiëntgerichte zorg. Niet als doel op zich, maar als hulpmiddelen om behandelingen beter hanteerbaar te maken voor zowel patiënt als behandelaar.

Voor veel patiënten is een bezoek aan de tandarts of mondhygiënist gelukkig al lang prima te doen. De nare verhalen over de schooltandarts van vroeger lijken steeds verder weg te staan van de dagelijkse praktijk, waarin pijnbestrijding en patiëntgericht werken vanzelfsprekend zijn geworden. En toch. Iedere tandarts en mondhygiënist kent ze: patiënten voor wie de behandeling enorm lastig is. Dit geldt voor kinderen en volwassenen. En behalve voor tandheelkundige behandelingen geldt dit ook voor veel medische behandelingen. Menigeen stelt een bloedonderzoek of andere medische behandeling uit vanwege angst ervoor. Soms met grote gevolgen.

Soms zit dat in angst. Soms in een verstandelijke of lichamelijke beperking of een sterke kokhalsneiging. Vaak is het een combinatie van factoren, die maakt dat een behandeling moeilijk uit te voeren is. Op dat moment verschuift het accent van ‘Hoe voer ik deze behandeling uit’ naar ‘Wat heeft deze patiënt nodig om prettig behandeld te kunnen worden.

Meer dan techniek
In medische en tandheelkundige opleidingen wordt steeds beter geleerd hoe je met de angst van patiënten kunt omgaan. Of beter nog: hoe je het voorkomt. Belangrijke ingrediënten hierbij zijn het creëren van voorspelbaarheid voor de patiënt en het geven van de regie aan de patiënt en de behandeling beheersbaar te maken. Uiteraard is een zo pijnloos mogelijke behandeling daarbij essentieel. Ook zijn er nog relatief eenvoudige technieken, zoals graduele exposure in vivo en bij kinderen de tell-show-(feel-)do methode die aanvullende kunnen worden gebruikt. Voor veel patiënten is dit genoeg om een behandeling beter hanteerbaar te maken. Tegelijkertijd zijn er ook patiënten waarbij deze basistechnieken niet voldoende zijn.

Wie regelmatig angstige patiënten behandelt of mensen met een beperking of extreme kokhalsneiging, weet dat er een grens is aan wat je met deze standaardtechnieken kunt bereiken. Zeker bij een acute behandelnoodzaak en een beperkte belastbaarheid van de patiënt kunnen extra middelen wenselijk zijn. Daarbij is het belangrijk een evenwicht te zoeken tussen een middel dat zo licht mogelijk is en tegelijkertijd afdoende om een behandeling goed te kunnen uitvoeren.

Een extra mogelijkheid
Sedatie bevindt zich in dat gebied. Je zet het in als aanvulling op de basistechnieken, en alleen in situaties waarin dat nodig is.

In de praktijk helpt het om sedatie te zien als onderdeel van een continuüm. Je start in principe altijd, op heel uitzonderlijke situaties na, met de basistechnieken. Pas als dat niet afdoende werkt, kan sedatie worden ingezet. Hiervoor kan verwezen worden naar een specialistische behandelsetting zoals een centrum voor bijzondere tandheelkunde. Heel vaak is dat niet nodig. Neem bijvoorbeeld lachgassedatie. Voor veel artsen, tandartsen en mondhygiënisten is dat iets waar ze niet mee werken, terwijl het een verrassend effectief hulpmiddel kan zijn. Het kan voor de patiënt net genoeg ruimte geven om te ontspannen en voor de behandelaar om de behandeling goed uit te voeren.

Wat bij lachgassedatie helpt, is de flexibiliteit. De snelle in- en uitwerking, het feit dat de patiënt aanspreekbaar en de mogelijkheid om de dosering stap voor stap aan te passen. Het maakt dat je voortdurend kunt afstemmen op wat de patiënt op dat moment nodig heeft. Lachgassedatie kent maar een paar contra-indicaties. Er is scholing nodig en de juiste apparatuur is essentieel. Lachgassedatie werkt bij de meeste patiënten.

Het beeld van lachgas wordt de laatste jaren helaas sterk beïnvloed door het recreatieve gebruik ervan. Daarbij wordt lachgas puur ingeademd. Dit in tegenstelling tot het gebruik in de zorg en mondzorg waar een patiënt maximaal 50% lachgas toegediend krijgt, en minimaal 100% zuurstof. Ook is er bij recreatief gebruik geen medische controle en wordt het vaak in combinatie met alcohol of andere middelen gebruikt. Dat is wezenlijk anders dan lachgassedatie, waarbij continue monitoring van de patiënt plaatsvindt. De risico’s van recreatief, zoals verkeersongelukken en neurologische schade, hebben geleid tot veel negatieve publiciteit en aangescherpte wetgeving. Dat is begrijpelijk, en tegelijkertijd jammer omdat bij een goede indicatiestelling en toepassing van lachgas het een veilig en nuttig middel is. Laten we dus het kind niet met het badwater weggooien.

Wat je soms pas achteraf ziet
Wat mij in de praktijk steeds weer opviel, is dat je soms pas achteraf ziet dat je een patiënt hebt overschat. Dat iemand ogenschijnlijk ‘redelijk behandelbaar’ was, en tegelijkertijd voortdurend over zijn of haar grens ging. Ik kan me goed een patiënt met een lichte verstandelijke beperking herinneren die ik jarenlang met alleen basistechnieken behandelde. De behandeling lukte altijd net. Het was een stille jongen. Op een gegeven moment stelde ik hem en zijn moeder voor een keer lachgas toe te passen. Dat wilde hij wel. De behandeling verliep prima. Vanaf dat moment behandelde ik hem een tijd met lachgas. Hij praatte inmiddels honderduit met me. En ook bleek hij voor een bezoek aan mij beter te slapen dan voor ik lachgas gebruikte. Later nam zijn angst af. Toen paste ik alleen nog lachgas toe bij extra spannende behandelingen, zoals een extractie.

Het was een leerzame patiënt voor me. Op het moment zelf leek de behandeling zonder lachgas misschien te gaan. Alleen is de vraag: tegen welke prijs? En deze jongen had me niet durven zeggen hoe moeilijk het voor hem was, ook al vroeg ik er steeds naar. Realiseer je dat je niet altijd het echte antwoord krijgt als je vraagt naar hoe spannend een behandeling is.

De verleiding van het uiterste
Tegelijkertijd is er een andere beweging zichtbaar. Patiënten, en soms ook behandelaars, die neigen naar het uiterste: een behandeling onder algehele anesthesie. Begrijpelijk, want het lijkt een goed oplossing. Geen angst, geen herinnering, geen gedoe. Tegelijkertijd is het ook een zwaar middel met duidelijke nadelen. Zowel medisch en organisatorisch als in wat het de patiënt oplevert, namelijk niets in termen van het leren omgaan met de situatie.

Juist daarom is het belangrijk om het gebied daartussen goed te benutten. In plaats van te denken in alles-of-niets oplossingen, te blijven zoeken naar een goede middenweg.

En als je het hebt over sedatie, dan zijn er naast lachgas ook andere middelen beschikbaar. Te denken valt aan orale en nasale sedativa en in allerlei soorten. Ook daar is een indicatiegebied voor. Een belangrijk verschil met lachgas is dat deze middelen niet te titreren zijn (tenzij je het intraveneus toedient, zoals in de zorg gebeurt). De dosering is dus lastig af te stemmen op de behoeften van de patiënt. Een voordeel is dat het goedkope en eenvoudige middelen zijn.

Leren en blijven leren
Die zoektocht vraagt iets van ons als behandelaars, in houding, in kennis en in vaardigheden. Sedatie is geen knop die je aanzet. Het is een interventie die je moet begrijpen, beheersen en regelmatig toe moet passen om er vaardig in te blijven.

In de basisopleiding tot arts, tandarts en mondhygiënist is er nog niet veel aandacht voor sedatiemogelijkheden. Dat is jammer, omdat je graag als behandelaar een breed palet aan behandelmogelijkheden hebt. Daar hoort sedatie bij. Gelukkig zijn er steeds meer mogelijkheden voor nascholing en groeit de aandacht voor dit onderwerp. Het voordeel van zelf kunnen toepassen van sedatie is dat de patiënt in zijn eigen vertrouwde praktijk kan blijven omdat je niet hoeft te verwijzen.

Terug naar de patiënt
Uiteindelijk gaat het daar natuurlijk om. Niet om de techniek, niet om de voorkeur van de behandelaar, maar om wat de patiënt nodig heeft. Soms zijn het de basistechnieken. Soms is het een stap terug doen. En soms is het juist een stap extra zetten, door een vorm van sedatie toe te passen.

De kunst is om onderscheid te blijven maken. Steeds opnieuw te kijken wat deze patiënt op dit moment helpt. Zou dat niet de kern van goede zorg en mondzorg zijn? Niet dat we alles kunnen, maar dat we weten wanneer we wat inzetten.

Angstige patiënten? Jij kunt het verschil maken!

Tijdens het Congres Angst onder controle op vrijdag 27 november 2026  in de Prodentfabriek Amersfoort leer je als tandarts, mondhygiënist of assistent hoe je angstige patiënten beter herkent, begrijpt én behandelt. Van kinderangsten en fobieën tot (lachgas)sedatie, hypnose en lokale anesthesie: een inspirerende dag vol praktische handvatten die direct toepasbaar zijn in de praktijk.

Sprekers: Dyonne Broers, Caroline Pieterse, Bernadet Spaan, Jean-Pierre Ho en Tooke Lardenoy-Kleindop

Profiteer t/m 1 juli 2026 van de earlybird korting met code: earlybird10.

Klik hier voor meer informatie en aanmelden

Dyonne Broers is een ervaren professional binnen de mondzorg met een sterke focus op patiëntcommunicatie, angstbegeleiding, sedatie en de praktische toepasbaarheid ervan. Ze is onlangs gepromoveerd op een onderzoek naar waarom patiënten tanden en kiezen laten trekken zonder dat dat tandheelkundig gezien noodzakelijk is. Ze is regiomanager woonzorg bij ViVa! Zorggroep, een zorginstelling voor ouderen.

Zij combineert klinische kennis met een scherp oog voor gedrag en interactie, en weet complexe onderwerpen toegankelijk te maken voor de dagelijkse praktijk. Bij haar staat de vraag centraal: hoe help je patiënten zo, dat ze zelf weer regie ervaren?