Op een zonnige zomerdag, inmiddels elf jaar geleden, nam ik mijn tandartsdiploma in ontvangst. Ik realiseerde mij die dag maar al te goed dat ik weliswaar dat felbegeerde papiertje verdiend had, maar eigenlijk simpelweg nog helemaal niet uitgeleerd was. Er zaten nog talloze theoretische en praktische doelen in mijn hoofd. Zowel mijn jaargenoten als de hoogleraren van de studie geneeskunde, die ik deed na mijn opleiding tot tandarts, zullen mij herinneren als een eendagsvlieg. Ik besloot definitief mijn pijlen te richten op het vak als tandarts, mij daarin te verbeteren en mijn ambities te verkennen.
De praktijk leert anders dan de opleiding
De eerste stappen in mijn carrière zette ik in Veenendaal en Culemborg. Daar ontdekte ik met veel plezier dat niet alles wat we op de opleiding tandheelkunde leren, ook daadwerkelijk werkt in de algemene praktijk. Ik leerde van mijn fouten en maakte kennis met een totaal andere patiëntenpopulatie dan in de onderwijspraktijk.
Als jochie op het voortgezet onderwijs droomde ik ervan om later mensen te helpen. Al snel kwam ik er echter achter dat het juist diezelfde mensen waren die mij het leven soms zuur maakten. Het leek haast niet mogelijk dat er zoveel mensen zijn die al een half jaar kiespijn hebben, maar dan een sameday afspraak afdwingen met een complete behandeling, omdat ze de volgende dag voor twee weken naar een ander continent vertrekken.
Bijscholen als noodzaak
De eerste periode na afstuderen heb ik voor mijn ontwikkeling geïnvesteerd in de reconstructie-ve opleiding aan de Academie van Reconstructieve Tandheelkunde van Sjoerd Smeekens. Deze opleiding, gegoten in een cursus van twaalf dagen verdeeld over zes weekenden, was een ware eyeopener en een bevestiging van mijn vermoeden dat ik aan de universiteit nog niet voldoende geleerd had. Pas tijdens deze opleiding leerde ik kritisch te beoordelen waarom mijn restauratief werk in sommige situaties eerder faalde dan zowel mijn patiënt als ik hoopten en hoe dit voorspelbaar te voorkomen.
De sprong naar het ondernemerschap
Toen mij vervolgens na een jaar of twee werken het nieuws bereikte dat de tandartspraktijk van mijn grootste opdracht overgenomen werd door een landelijk bekende keten, zag ik dit als een extra duwtje in de rug om zelf een praktijk te starten. Ik achtte mezelf capabel genoeg om dat wat ik voor praktijkhouders aan het doen was, ook in een eigen praktijk kon doen. En waar ik naasten en kennissen jarenlang zag wikken en wegen over het wel of niet starten van hun eigen praktijk, ben ik vrij impulsief begonnen met de overname van een collega solo-tandarts in Veenendaal. Zijn patiëntenbestand en het nog kleine hoopje bruikbare, gedateerde inventaris heb ik overgeheveld naar een pand een paar honderd meter verderop. Dat is het pand, verbouwd en ingericht vanaf casco, waar mijn praktijk nu bijna negen jaar later nog steeds in gevestigd is. De praktijk die begon met 1.500 overgenomen patiënten telt er inmiddels 9.000 en ik heb de gedateerde inventaris vervangen voor moderne apparatuur. Het ziet er prachtig uit, ik wil haast niet meer naar huis.
Werk en gezin: een dagelijkse balanceeract
Mijn definitie van ‘huis’ is onze woning nog geen honderd meter achter het Concertgebouw, hart-je Amsterdam. Daar woon ik met mijn vrouw, zoon Beau van vier jaar oud en dochter Maxime van zes maanden oud. Dat gezinsleven combineren met een eigen praktijk op ongeveer een uur rijden is een grote uitdaging. Ik voel me gezegend met een vrouw die haar klinische werk als mondhygiëniste opgegeven heeft voor het algemeen bestuur van onze praktijk. En niet alleen van onze praktijk, ook de aansturing van ons gezin neemt ze grotendeels voor haar rekening. Ik ben met name in dienst van mijn patiënten. De tropenjaren met jonge kinderen gaan me niet bepaald in de koude kleren zitten, er zijn behoorlijk wat nachten met verminderde slaap. Het gaat vervolgens niet vanzelf om altijd gemotiveerd te blijven voor mijn werk, patiëntenadministratie op orde te hebben of een antwoord te hebben op vragen van personeel waar ze al weken op wachten. Toch slaag ik er aardig in vele ballen hoog te houden, maar lang niet alle.
Een team als tweede familie
Ik houd van mijn team, mijn tweede familie. Met 24 mensen zijn wij werkzaam in onze praktijk, echt al een heel team. Iedereen wordt evenveel gewaardeerd. Ook een team aansturen is iets dat ik voor dit avontuur te lichtzinnig opgevat heb, al is het alleen al door gebrek aan kennis op het gebied van HR. Dat geeft ruimte om te leren, alhoewel ik tot op de dag van vandaag geen loonstrook lezen kan. Dat onze tandartspraktijk zo succesvol is, heb ik bij lange na niet alleen aan mezelf te danken maar des te meer aan mijn team. Zij zullen mij kennen als een warme, zachte aanvoerder die meedogenloos kan doen als het echt niet meer anders gaat.
De fascinatie voor implantologie
Naast het oprichten van een praktijk en het stichten van een gezin, heb ik nog een van mijn doelen nagejaagd die ik al sinds afstuderen gesteld heb. Ik heb mij bekwaam gemaakt in de implantologie door het volgen van cursussen en opleidingen, en ik heb vaardigheden chairside geleerd van collega’s. De implantologie heeft mij altijd geïntrigeerd en ik wilde het deelgebied überhaupt niet links laten liggen als je ziet hoe omvangrijk de indicatiestelling geworden is. Het is al jaren niet alleen maar meer de standaard enkeltandsvervanging en de overkappingsprothese in de onderkaak. Technieken als immediaat implanteren en augmentatieprocedures pas ik ook toe. Toch valt er ook nog te leren; tijdens een driedaagse humane kadavercursus in Wenen heb ik al ontzettend veel geleerd. Vooral in soft tissue management zie ik nog veel uitdaging. Daarvoor staan de opleidingen van dr. Zuccheli in Bologna op mijn wensenlijst voor de korte termijn, zodat ik daarna nooit meer bolognesesaus van het tandvlees maak.
Implantologie, en vooral ook de vaste prothetische restauratie, is voor mij belangrijk omdat het een discipline is waarin techniek en uitkomst naadloos samenkomen. Veel behandelingen zijn voorspelbaar, protocol gestuurd en chirurgisch beheersbaar, maar achter die ogenschijnlijke routine schuilt een duidelijke klinische relevantie. Patiënten passen zich vaak jarenlang aan functieverlies aan, zonder dit expliciet als probleem te benoemen. Juist door een relatief beperkte ingreep kan een verloren gegane functie op een duurzame en betrouwbare manier worden hersteld.
Wat mij in de praktijk steeds opnieuw overtuigt van de waarde van implantologie en restauratieve tandheelkunde, is het moment waarop patiënten aangeven dat iets weer ‘vanzelfsprekend’ is geworden. Niet de restauratie zelf staat centraal, maar het verdwijnen van een beperking waar zij zich ongemerkt naar hadden geschikt. Dat herstel van functie maakt duidelijk dat implantologie niet alleen een technische oplossing biedt, maar een directe en blijvende verbetering van het dagelijks functioneren. En precies dat maakt dit deelgebied voor mij relevant.
Dromen en ambities voor de toekomst
Voor de langere termijn zijn mijn dromen om mijn praktijk verder uit te rusten voor implantologie, zoals de aanschaf van een CBCT. Deze opnamen laat ik nu nog extern maken. Tevens droom ik ervan regionaal verwijzingen te krijgen, ik krijg nu slechts van drie adressen in de buurt verwijzingen.
Al geruime tijd heb ik voldoende casussen om mijn NVOI erkenning aan te vragen. Echter, ik gun mezelf niet de tijd dit fatsoenlijk te verwerken, een casus-presentatie voor te bereiden en mijn praktijk te laten visiteren door de commissie. Het zijn veranderingen in het personeel, het optimaliseren en implementeren van nieuwe processen in de praktijk, en jonge kinderen thuis, die roet in het eten gooien. Gelukkig word ik gesteund door een collega en zij verwerkt alles voor mij in de dentale software en maakt het klaar om het eindelijk, binnenkort, aan te leveren aan de commissie.
Verder kijken dan het gebit
Verdere interesse van mij gaat uit naar niet alleen de esthetiek van het gebit, maar van het hele gelaat. Nadat ik de prothetische fase van een behandelplan afgerond heb, waarin ik de esthetische uitkomst vaak belangrijker vind dan mijn patiënten zelf, valt mij soms op dat de dentitie daarna aan meer regel-tjes der esthetiek voldoet dan het gezicht. Recentelijk heb ik een opleiding voor het toedienen van botulinetoxine en het plaatsen van hyaluronzuur fillers afgerond. Wat is dan mooier dan het toepassen hiervan om daarmee mijn patiënten er een paar jaartjes jonger uit te laten zien? En dan komt hun nieuwe lach echt tot zijn recht!
Met beide benen in het leven Ik sta midden in het leven en mijn carrière, ik geniet van iedere dag en hou van mijn dierbaren. Ik ben tevreden met de groei die ik doorgemaakt heb, en kijk met uitdagende blik naar de groei die ik nog wil en ga maken. Het starten van een onderneming als een tandartspraktijk kan ik zeker aanraden. Heb niet de verwachting het direct goed te doen, maar leer van je fouten. Kinderen leren ook opstaan door te vallen. Ga geen uitdagingen uit de weg, er is geen berg te hoog en geen dal te diep. Ik wens iedereen een glansrijke en rooskleurige carrière toe.
Luc Lagas, Lagas Tandartsen, Veenendaal

