Drie generaties mondhygiënisten

Van moeder op (klein)dochter

Een familie vol mondhygiënisten: toeval of pure passie? Bij de familie Slavenburg-Meinds lijkt het vak in de genen te zitten. Marijke Slavenburg-Dalhuysen stond in de jaren ‘60 aan de wieg van het beroep mondhygiënist in Nederland. Haar dochter Fransje Meinds-Slavenburg zette die lijn voort en zette samen met haar man een aantal tandheelkundige praktijken op. Nu staat de derde generatie klaar voor een carrière in de mondzorg: Anne Meinds, die in Groningen studeert voor mondhygiënist.

Wat maakt dit vak zo bijzonder dat het van generatie op generatie wordt doorgegeven? Welke ontwikkelingen in de mondzorg hebben ze meegemaakt? En wat kunnen ze van elkaar leren? Drie generaties delen hun ervaringen met een beroep dat hen niet alleen professioneel, maar ook als familie verbindt.

Een sprong in het diepe
Marijke maakte de beginjaren van de mondzorg in Nederland van dichtbij mee. “Na de middelbare school wist ik niet goed welke richting ik op wilde. In 1965 las ik een oproep van het Ministerie van Volksgezondheid in de krant: ze zochten mensen die zich wilden laten opleiden tot mondhygiënist, om te onderzoeken of het vak in Nederland zou aanslaan. Ik gaf me op en zes weken later stapte ik met een groep studenten op de boot naar Amerika. In Boston volgde ik een tweejarige opleiding, en geloof me, op die campus golden strenge regels.”
Na haar opleiding keerde Marijke terug naar Nederland, waar in 1967 de eerste mondhygiënisten officieel aan de slag gingen. “Het vak sloeg meteen aan. In die tijd mochten we alleen werken onder begeleiding van een arts. Na een aantal jaar in loondienst waagde ik de sprong en opende ik als één van de eersten een zelfstandige mondzorgpraktijk aan huis.” In totaal werkte Marijke 45 jaar in het vak en hielp ze bij het oprichten van de Nederlandse Organisatie van Mondhygiënisten.
Haar dochter, Fransje, groeide op in een huis waar mondzorg dagelijkse kost was. Toch was het voor haar geen uitgemaakte zaak om ook mondhygiënist te worden. “Ik wist niet goed wat ik na de middelbare school wilde. Maar het vak paste bij mijn karakter en ik had het juiste vakkenpakket, dus ben ik het maar gaan doen.”
Fransje studeerde in 1995 af als mondhygiënist in Nijmegen, waar ze haar man ontmoette, een tandarts. Samen startten ze hun eerste praktijk, Meinds Mondzorg. Wat begon als één locatie, groeide uit tot drie vestigingen in de regio Oud-Beijerland. “Dat was een spannend proces. Een praktijk opbouwen is iets heel anders dan alleen het vak uitoefenen. Bovendien mogen mondhygiënisten nu gewoon zelfstandig werken, terwijl dat voor mijn moeder niet altijd zo is geweest.”
Anne, de derde generatie, zit inmiddels in haar derde jaar van de opleiding Mondzorgkunde in Groningen. “Nog anderhalf jaar, en dan mag ik mezelf mondhygiënist noemen”, vertelt ze. Toch was dat aanvankelijk niet haar plan. “Mijn vader is tandarts en mijn moeder mondhygiënist, dus ik wilde juist iets anders. Ik wilde zelf een vak kiezen.” Ze keek naar verschillende richtingen in de zorg, maar uiteindelijk ging ze toch met haar moeder mee naar een open dag in Nijmegen. “Toen was ik eigenlijk meteen om.”

De liefde voor mondzorg
Wat maakt het vak mondhygiënist zo bijzonder dat het al drie generaties binnen de familie voortleeft? Voor Anne zit het hem vooral in het uitgebreide contact met patiënten. “Als mondhygiënist heb je meer tijd met je patiënt dan een tandarts. In die tijd kun je meer bespreken, adviezen geven en samen naar oplossingen zoeken. Bij tandheelkunde doe je dat ook, maar daar ligt de focus toch meer op controles en het oplossen van problemen. Mondzorg is echt preventiever.”
Marijke kijkt met voldoening terug op haar lange loopbaan. “Dit vak kwam gewoon op mijn pad, en het is een fantastisch beroep gebleken”, zegt ze. “Vijftig jaar geleden hadden mensen veel slechter tandvlees. Dankzij mondhygiënisten is dat enorm verbeterd en ik ben blij dat ik daaraan heb mogen bijdragen. Je bouwt een sterke band op met patiënten en kunt echt iets voor hen betekenen.”
Fransje herkent dat gevoel. “We hebben alle drie een bepaalde openheid en zorgzaamheid. Als het klikt, ontstaat er een band. Sommige patiënten zie ik elke drie maanden, soms al 26 jaar lang. En het mooiste is: sommige mensen komen bibberend binnen, maar gaan opgelucht en blij weer weg. Dat maakt dit werk zo dankbaar.”

Van kennis doorgeven tot samenwerken
Werken in hetzelfde vakgebied zorgt voor een bijzondere verbinding binnen de familie. Anne: “Als ik iets meemaak op stage of school, kan ik dat meteen met mijn vader en moeder bespreken. Zij begrijpen het direct en kunnen het uitleggen. Mijn broer studeert bouwkunde, die wordt er soms wel gek van als wij erover kletsen”, lacht ze.
Fransje is erg betrokken bij de ontwikkeling van Anne. “Ik kan haar bijvoorbeeld uitleggen hoe je met bange patiënten omgaat of hoe je zaken visueel maakt voor de patiënt.” Andersom leert ze ook van Anne. “Ik vraag weleens: hoe leer jij dit op school of bij je stage? Het is interessant om te horen hoe de opleiding tegenwoordig is. Je raakt na zoveel jaar toch een beetje vastgeroest. Dan hoor ik hoe ze het ergens anders doen en kan ik bepaalde patronen weer doorbreken.”
Anne probeert op haar beurt de werkethiek van haar moeder en oma over te nemen. “Ik probeer echt de tijd te nemen voor mijn patiënten en een band op te bouwen.” Daarnaast is het simpelweg praktisch om mondhygienisten in de familie te hebben. Fransje: “Ik herinner mij nog goed hoe mijn moeder bijsprong toen ik mijn pols had gebroken of zwanger was.”

Ontwikkelingen in de mondzorg
De mondzorg heeft de afgelopen decennia grote ver-anderingen doorgemaakt, maar de basis blijft hetzelfde. “We werken nog steeds met handinstrumenten, al zijn er nu meer elektrische apparaten zoals EMS Airfow en ultrasone apparatuur”, aldus Fransje. “Het grootste verschil tussen mijn moeder en mij is dat ik anesthesie mag geven, en Anne leert nu zelfs gaatjes boren en vullen, en doet uitgebreidere intakes.” Ook de opleiding is langer geworden: waar Marijke in twee jaar werd opgeleid, duurde die van Fransje drie jaar en is de huidige opleiding vier jaar. Marijke herinnert zich hoe anders het vak in haar beginjaren was. “De mondhygiënist werd in Nederland neergezet als preventie. Destijds verloren veel mensen tanden op jonge leeftijd. Er moest dus veel achterstand worden ingehaald. In de tandarts-opleiding werd toen nog weinig aandacht besteed aan gebitsreiniging. Daarnaast heeft de wetenschap enorme stappen gezet. Ik heb zelfs nog meegewerkt aan fluorbehandelingen in Tiel, in de tijd dat waterfluoridering nog werd toegepast. Ook de technieken waren destijds veel beperkter. We hadden geen zandstraler, wel een EMS. Vroeger mocht je bovendien maar 2 millimeter onder het tandvlees werken, terwijl dat nu zo diep mag als nodig is.”
Ondanks de technologische vooruitgang blijft handwerk een essentieel onderdeel van het vak. Anne: “Je begint wel met EMS, maar je eindigt altijd nog met de hand. In de tandheelkunde wordt steeds meer overgenomen door digitale apparaten, maar bij mondhygiënisten is dat toch minder.”

De toekomst van het vak
Mensen worden steeds bewuster van hun gebit, mede door de invloed van sociale media en trends zoals tanden bleken. Fransje ziet die verandering duidelijk terug in haar praktijk: “Mensen zijn echt zuinig op hun gebit, waardoor ze langer met hun hele gebit kunnen doen, maar daar komen ook veel uitdagingen bij kijken, zoals de invloed van medicatie op het gebit.”

Naast deze verschuiving in mondgezondheid blijft ook de rol van de mondhygiënist in beweging. “Het blijft spannend hoe onze zelfstandigheid zich juridisch en praktisch gaat ontwikkelen. Ondanks het belang van die zelfstandigheid, zie ik wel dat er steeds grotere praktijken komen en bredere samenwerkingsverbanden.” Anne kijkt uit naar die samenwerking. “Als mondhygiënist is het heel leuk om samen te werken en kennis te delen. Je leert echt van elkaar, en dat maakt het vak nog interessanter.”

Tips voor jonge mondhygiënisten
Marijke sluit af met een aantal tips voor de nieuwe generatie mondhygiënisten. “Je bent goed opgeleid, dus vertrouw op jezelf. Er wordt in de opleiding veel gehamerd op zelfstandigheid, en dat is niet voor niets.”
Ook het omgaan met angstige patiënten kan in het begin lastig zijn. Fransje: “In de mondzorg hebben we natuurlijk te maken met tijdsdruk. Echter, als je aan het begin van de behandeling investeert in de patiënt, al is het maar een gesprekje van twee minuten, dan heb je daar de rest van de behandeling profijt van. Luister naar de patiënt en neem eventuele angsten serieus, maar ga er niet te veel in mee. Als je rust en vertrouwen uitstraalt, voelt de patiënt zich veiliger.”