In onze best grote praktijk hebben we bijna alle smaken wel te pakken. De een maakt de mooiste restauraties met composiet, de ander is dol op diepe pussende pockets en een derde schroeft met gemak blinkende implantaten in de mond. Zo weten we elkaar te vinden en gebruik te maken van elkaars expertise.
Vandaag trof ik een voor mij nieuwe patiënt in mijn agenda, op verwijzing van de preventie assistent. De röntgenfoto’s tellen vijftien gloednieuwe initiële laesies en in de tekst van het behandeldossier staat ‘opnieuw instructie ragers en floss en het belang benadrukt!’ In mijn hoofd gaan de alarmbellen al af en ik heb een halve seconde nodig om me een beeld te vormen van de 23-jarige jongen die al in de wachtkamer op me zit te wachten. Dat beeld sommeer ik mijn hoofd uit voor ik de wachtkamer binnenstap, eerst maar eens kijken.
Hij woont best een stukje bij de praktijk vandaan, maar komt nog altijd trouw naar de praktijk waar hij als kind al kwam. Als hij de kamer binnenstapt begint hij direct over zijn verstandskiezen ‘die zijn er nog steeds niet uit hoor, maar ik ga het echt doen’. In de kaart staat dat hij dat de laatste drie bezoeken ook al zei en toch wil hij ergens wel.
En dan die laesies. We kijken samen naar de foto’s, en al gauw blijkt dat hij vatbaar is voor de flitsende door AI aangekleurde vlekjes tussen de kiezen in. Die maken meer indruk bij hem dan een vage zwarting. Op de vraag wat hij ervan vindt geeft hij aan dat hij behoorlijk schrikt, hij wil in ieder geval niet dat al die plekjes geboord moeten worden. Hij baalt zelfs flink, dit had hij echt niet verwacht. Ik neem hem mee in een korte bloemlezing van het cariësproces en de invloed van tandplaque, voeding en fluoride. ‘Oh dus daarom zeggen jullie altijd dat ik die ragers moet gebruiken, tot nu toe deed ik dat niet. Maar als dat helpt ga ik het zeker doen’.
Zit ik weer met mijn mond vol tanden…
Marit Verschuuren, mondhygiënist en trainer van De Cariësvrije Generatie
(cariesvrij.nu).

