Je moet echt álles willen weten over endo.

Wat voor tandarts-endodontoloog Annemarie Baaij begon als interesse in de complexiteit van het wortelkanaalstelsel, groeide uit tot een veel bredere vraag: hoe leren tandartsen het vak van endodontologie, en hoe worden ze daar écht vaardig in? Tijdens haar promotieonderzoek aan ACTA onderzocht ze hoe het onderwijs tandartsen beter kan voorbereiden op dit precisievak. Nu geeft ze zelf vorm aan het einde van het spectrum van dat onderwijs. Als profieldirecteur van de masteropleiding Oral Health Sciences (OHS) – Endodontology aan het ACTA, is Annemarie verantwoordelijk voor het opleiden van de nieuwe generatie endodontologen. In dit interview vertelt Annemarie over de opzet van de opleiding en wat er komt kijken bij het begeleiden van tandartsen die zich verdiepen in dit complexe vakgebied.

Een vak waarin je moet puzzelen
Dat Annemarie tandarts-endodontoloog zou worden, was niet vanzelfsprekend. “Ik was op de middelbare school echt een meisje van de exacte vakken”, begint ze. “Ik zag mezelf aan de TU Delft een technische studie doen. Door ziekte kon dat toen niet, dus stroomde ik later in het academisch jaar in bij Biomedische Technologie in Enschede. Maar de hele dag achter een computer zitten bleek niets voor mij te zijn.”
Haar overstap naar Tandheelkunde bleek een schot in de roos. “In de tandheelkunde komt alles samen: je gebruikt je analytisch denkvermogen, werkt met je handen en hebt veel interactie met mensen. Dat maakt het vak heel divers.”
Tijdens de studie ontdekte Annemarie dat ze vooral werd gefascineerd door het restauratieve werk. “Ik vond het mooi om iets te maken; om te herstellen wat weg is.” Toch duurde het even voordat ze zich realiseerde dat haar hart bij de endodontologie lag. “Tijdens mijn studie voelde een wortelkanaalbehandeling als roeren in een zwart gat”, vertelt ze lachend. “Mijn docenten zeiden dat ik er goed in was, maar ik had altijd het idee dat ik maar wat deed.” Na haar afstuderen kwam ze terecht in een praktijk waar veel restauratief werk werd uitgevoerd. “Als er een pijnklacht was, werd vaak geëxtraheerd, omdat het element uitbehandeld was. Vervolgens werd een noodbrug geplaatst, omdat deze patiëntenpopulatie echt geen dag met een gat wilde lopen. Ik kwam er al snel achter dat ik uitdaging miste. Toen ben ik toch gaan nadenken over de opleiding tot endodontoloog. In de endodontologie moet je driedimensionaal denken, omdat je niet kunt zien wat je doet. Dat puzzelen sprak mij enorm aan. De technische uitdaging waarvoor ik ooit naar Delft wilde, vond ik uiteindelijk in dit vakgebied.” In 2014 voltooide Annemarie de opleiding tot endodontoloog.

Masteropleiding OHS – Endodontology
Sinds Annemarie in 2011 startte met de opleiding, is ze – op een paar maanden na – nooit meer weggegaan van de endodontologie afdeling van het ACTA. Na jaren doceren, begeleiden en coördineren is ze nu profieldirecteur van dit masterprogramma.
“Ik ben verantwoordelijk voor de structuur, inhoud en kwaliteit van de opleiding, voor toetsing en accreditatie, en ik stuur het docententeam aan. Maar ik blijf bewust ook in de kliniek staan en ik ben aanwezig bij de casusbesprekingen. Daar hoor je wat er leeft, daar zie je wat studenten nodig hebben en hoe zij zich ontwikkelen. Dat houdt me dicht bij de praktijk.”
Tot tien jaar geleden was endodontologie een van de losse postacademische opleidingen die ACTA verzorgde. In 2015 zijn de losse postacademische opleidingen samengevoegd tot één masteropleiding – Oral Health Sciences (OHS) – die geaccrediteerd is door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). “OHS is de gezamenlijke kern voor alle post-graduates bij ACTA”, legt Annemarie uit. “Iedereen heeft dezelfde basisvakken. Daarnaast specialiseert elke student zich in zijn of haar eigen richting. In dit geval: endodontologie. En die differentiatie-specifieke kennis en vaardigheden worden weer ingezet in gezamenlijk onderwijs waar interdisciplinair samenwerken wordt gestimuleerd.”
De opleiding is Europees geaccrediteerd door de Eu-ropean Society of Endodontology (ESE). Dat betekent dat afgestudeerden in Europa als ‘specialist’ geregistreerd staan. Endodontologie is in Nederland geen officieel erkend specialisme, maar je mag wel de titel ‘tandarts-endodontoloog’ dragen en krijgt erkenning als zodanig van de Nederlandse Vereniging voor Endodontologie (NVvE).

Afwisseling tussen kliniek en onderzoek
De opleiding duurt drie jaar, is voltijd en jaarlijks starten vier tandartsen. Ongeveer de helft van het programma bestaat uit klinisch werk op ACTA. “Dat betekent patiënten behandelen, verslagleggen, communiceren met verwijzers en casusbesprekingen in het team. Dat neemt gemiddeld zo’n twee en een halve dag per week in beslag.”
Het eerste semester staat in het teken van het creëren en aantonen van een brede basis door het lezen van gerenommeerde tekstboeken en preklinische training. “We moeten zeker weten dat iemand voldoende basiskennis en inzicht heeft en veilig en zorgvuldig werkt, voordat hij of zij de complexe behandelingen uitvoert.” Vervolgens behandelen studenten de verwezen patiënten. Supervisie is aanwezig op de werkvloer, maar niet continu. “We vertrouwen erop dat je zelfstandig kunt werken en om begeleiding vraagt daar waar nodig. Een uitzondering is de chirurgische endodontologie. Dat is voor iedereen nieuw, dus daarbij werken we wél een-op-een.” Gedurende de opleiding volgen seminars over specifieke onderwer-pen binnen de endodontologie om nog meer over de wetenschappelijke achtergrond en verschillende visies te leren.
Bovendien volgen studenten het generieke OHS-onderwijs, zoals epidemiologie, statistiek, farmacologie en een CBCT-cursus. Ook worden met studenten van andere richtingen gezamenlijke casusbesprekingen gehouden, zodat ze van elkaar leren en elkaars perspectief beter begrijpen.
Het wetenschappelijke deel vormt het tweede component van het programma. “Het onderzoek waar je aan werkt tijdens de master moet echt op publicatie-niveau zijn”, benadrukt Annemarie. “Het onderzoek moet je verdedigen voor drie examinatoren. Daarnaast selecteer je voor je eindexamen tien klinische casussen waarmee je aantoont dat je de volledige breedte van het vak beheerst en ook deze moet je verdedigen tegenover de examinatoren.”

Veel inzet en toewijding
De opleiding is intensief, iets wat studenten soms onderschatten. “Je leeft drie jaar lang echt voor de endodontologie. Het is geen cursus waarin je even wat tips en tricks leert. Bovendien word je niet bij de hand genomen: je moet zelf de drive hebben om deze opleiding succesvol af te ronden. In principe zijn studenten vier dagen per week op ACTA en hebben ze één dag voor zelfstudie. Sommigen blijven daarnaast in een praktijk werken, en kiezen ervoor om de zelfstudie in de avonden en weekenden te doen. Dat kan, maar het is zwaar. In mijn eerste maanden had ik het gevoel dat ik meer had gelezen dan in vijf jaar Tandheelkunde. Maar als dit is waar je hart ligt, is het ongelooflijk mooi.”
Waar de uitdagingen liggen in de opleiding, verschilt per persoon. “Sommigen vinden het onderzoeksgedeelte intensief, anderen hebben juist meer vlieguren in de (pre)kliniek nodig. Maar voor iedereen geldt dat ongeveer vijftig procent van de opleiding patiëntenzorg is. Je ontwikkelt je door te doen en je bent nooit uitgeleerd.”
Annemarie merkt op dat de groep die zich aanmeldt voor deze master divers is. “Je moet minimaal drie jaar werkervaring hebben voordat je kunt starten, maar sommigen solliciteren al als ze twee jaar bezig zijn. Anderen hebben tien jaar of meer ervaring en zoeken een nieuwe uitdaging. We hebben ook tandartsen die speciaal voor de opleiding naar Nederland verhuizen.”
Wat hen bindt, is de behoefte aan verdieping. “Veel tandartsen merken in de praktijk dat ze bij endodontische behandelingen meer vaardigheden en/of zekerheid willen. Dit kun je bereiken door het doen van cursussen. Mensen die voor de opleiding kiezen willen écht begrijpen wat ze doen: niet alleen de stappen kennen, maar het onderliggende waarom. Je moet echt álles willen weten over de endodontologie. Je verdiept je in verschillende visies en de wetenschap daarachter, zodat je uiteindelijk je eigen, goed onderbouwde visie kunt vormen.” Omdat de opleiding intensief is, blijven de meeste afgestudeerden altijd in de endodontologie werken. “Het is echt een keuze voor het vak.”

De rol van self-efficacy bij het uitvoeren van een wortelkanaalbehandeling
Naast haar werk in de kliniek en het onderwijs promoveerde Annemarie in 2023 op onderzoek naar hoe tandheelkundestudenten endodontologie aanleren. “Toen ik docent was, hoorde ik vaak studenten zeggen: als ik straks ben afgestudeerd, ga ik eerst nog een cursus endo volgen. Dat geeft eigenlijk al aan dat er iets mist in het curriculum: of ze zijn niet vaardig genoeg, of ze voelen zich niet vaardig of zeker genoeg. Dat was voor mij de aanleiding om te onderzoeken waar dat aan ligt.”
Annemarie zag tijdens haar studie dat het aantal beschikbare patiëntencasussen voor endodontische behandeling afnam. Daardoor werd steeds meer onderwijs verplaatst naar simulatie: oefenen op natuurlijke elementen gemonteerd in kaakjes in fantoomhoofden in stoelen op de kliniek. “Mijn onderzoeksvraag was: kunnen studenten die alleen in simulatie wortelkanaalbehandelingen hebben getraind en geëxa-mineerd, net zo goed patiënten behandelen als studenten die op echte patiënten hebben geoefend?” Het antwoord bleek ja, maar met een nuance. “Studenten behandelen patiënten ten minste even goed, zolang ze voldoende ervaring hebben met andere tandheelkundige behandelingen. Je kunt dus prima specifieke vaardigheden tot het gewenste eindniveau opbouwen via simulatie.”
Maar dat verklaarde niet waarom pas afgestudeerde tandartsen tóch vaak extra scholing zoeken. Daarom onderzocht Annemarie ook de rol van self-efficacy, het vertrouwen dat iemand heeft in zijn eigen kunnen en dat je het in toekomstige situaties goed zal doen. “Dat bleek een cruciale factor. Makkelijke behandelingen uitvoeren bij patiënten vergroten dat vertrouwen; moeilijke hebben juist het tegenovergestelde effect. Als je met een lage self-efficacy afstudeert, is de kans kleiner dat je in de praktijk wortelkanaalbehandelingen blijft doen. Het uitvoeren van de behandelingen bij patiënten is essentieel voor het laten toenemen van self-efficacy, zowel vóór als na afstuderen. En als de ervaring en self-efficacy toeneemt, heeft het uitvoeren van moeilijkere behandelingen daar op een gegeven moment geen negatief effect meer op. In dat stadium kan het zelfs een positief effect hebben op verdere ontwikkeling. Uit mijn onderzoek kwam dan ook naar voren dat je studenten beter met mínder ervaring kunt laten afstuderen, dan ze moeilijkere wortelkanaalbehandelingen uit te laten voeren bij patiënten om toch maar iets van ervaring op te doen. Het beste is beginnen met voldoende eenvoudige behandelingen, zodat hun self-efficacy toeneemt.”
Volgens Annemarie is het daarom belangrijk dat onderwijs niet alleen gericht is op kennis en technische vaardigheid, maar óók op het opbouwen van klinisch zelfvertrouwen en bewustzijn – self-efficacy. “Het gaat niet alleen om: kan ik dit technisch? Maar ook om: durf ik dit zelfstandig aan in de setting waarin ik (straks) praktiseer? Mijn onderzoek richtte zich op studenten Tandheelkunde. Maar dat inzicht in self-efficacy is óók belangrijk in postacademisch onderwijs. Self-efficacy is belangrijk voor motivatie en groei. Self-efficacy in relatie tot postacademisch onderwijs is een thema dat ik graag verder zou uitdiepen in vervolgonderzoek.”

Focus op behoud
Naast haar ideeën over de ontwikkeling van het onderwijs, ziet Annemarie ook andere trends in het vakgebied. “AI komt natuurlijk overal om de hoek kijken. Ik ben daar niet per se huiverig voor. De vraag is vooral: hoe kan het ons versterken? Denk aan diagnostiek, of simpelweg bij het efficiënt doornemen van literatuur. Maar het gebruik ervan moet geen gemakzucht worden. De basis blijft wat mij betreft wel dat je altijd zelf voldoende kennis en klinisch inzicht hebt.”
Tegelijkertijd merkt Annemarie dat de aandacht binnen de endodontologie verschuift: niet langer ligt de nadruk vooral op technische ontwikkelingen en nieuwe materialen om wortelkanaalbehandelingen te verbeteren of te vereenvoudigen, maar juist op biologische vooruitgang. “We zijn veel meer bezig met de vraag hoe we weefsel kunnen behouden of zelfs laten regenereren. Hoe kunnen we zorgen dat een tand levend en gezond blijft, of weer wordt, in plaats van alleen maar schoon en gevuld? Het gaat steeds minder om vervangen en steeds meer om behouden. Dat vind ik een hele mooie ontwikkeling.”

Na haar afstuderen als tandarts in 2008 bleef Annemarie Baaij verbonden aan het ACTA. Ze startte hier als klinisch docent en ging als tandarts aan de slag in een praktijk buiten ACTA. In 2014 ontving ze de titel tandarts-endodontoloog met NVvE erkenning. Vervolgens promoveerde ze in 2023 op haar onderzoek “Undergraduate Education in Endodontology: Steps towards understanding how to make everyone feel more comfortable with root canal treatment.” Daarnaast is Annemarie altijd actief gebleven als docent in zowel het studentenonderwijs als postacademische scholing.
Sinds een jaar vervult Annemarie de rol van profieldirecteur van de masteropleiding Oral Health Sciences (OHS) – Endodontology aan het ACTA. Daarnaast coördineert zij de Leergang Endodontologie van ACTA Dental Education, werkt ze als tandarts-endodontoloog bij Marina Clinic in Volendam en is ze vicevoorzitter van de Education and Scholarship Committee van de European Society of Endodontology.