Samenwerking met de logopedist, signaleren van afwijkende mondgewoonten
Oro Myofunctionele Therapie (OMFT) is een behandelmethode die zich richt op het herstellen van het evenwicht tussen de spieren in en rond de mond. Een verstoord evenwicht kan leiden tot afwijkingen in de vorm van het gezicht én in de mondfuncties zoals slikken, ademhalen en spraak. In dit artikel lees je hoe OMFT werkt, wanneer het wordt ingezet en waarom samenwerking tussen tandarts, orthodontist en logopedist zo belangrijk is. Ook bespreken we het belang van vroege signalering en betrokkenheid van ouders.
Je bent ze vast weleens tegengekomen, kinderen in de wachtkamer met een speen in de mond of kinderen die altijd met een snotneus rondlopen. Maar ook die met een open mond zitten, een smalle bovenkaak hebben en met amandelvormige hangende ogen. Allemaal signalen die kunnen wijzen op een verstoord evenwicht van de orofaciale spieren. Door dit verstoorde evenwicht van de spiergroepen ontstaan problemen in de vorm (kaken) en in de functie (spiergroepen). Voor problemen in de vorm schakelen we de hulp in van de tandarts en/of de orthodontist. Voor problemen in de functie hebben we de hulp van de logopedist nodig.
Vorm- en functieproblemen
Problemen met betrekking tot de vorm kunnen zijn:
- (Toename van) een overbeet; sagittaal of verticaal
- Vertraagd doorkomen van gebitselementen
- Smal palatum (Gotisch gehemelte)
-
Te korte bovenlip
-
Gezwollen onderlip
-
Omgekrulde lippen
-
Dikke tong
-
‘Speldenkussen kin’
Problemen met betrekking tot functie kunnen zijn:
- Mondgedrag: open mondgedrag/mondademen, afwijkende tongpositie in rust, afwijkende slikbeweging
- Spraak: slissen, moeite met specifieke letters D/L/N/T/S/Z
- Voeding: langzaam eten of juist schrokken, vaker verslikken
Wat is OMFT en wie voert het uit?
Deze problemen in de vorm en functie kunnen worden aangepakt in samenwerking met een logopedist die een behandeling volgens de Oro – Myofunctionele Therapie (OMFT) kan geven. Deze behandelmethode is door Berry Verlinden (tandarts en implantoloog) en Peter Helderop (logopedist) ontwikkeld en vanaf 2001 op de kaart gezet bij vele logopedisten. Ook hebben ze cursussen ontwikkeld voor tandartsen, orthodontisten en mondhygiënisten. Verlinden en Helderop geven de volgende definitie: “Myofunctionele therapie is een oefentherapie die gericht is op het herstellen van een verstoord evenwicht in het functioneren van de orofaciale spieren.”
De tandarts/orthodonist werkt aan de vorm. En de logopedist richt de aandacht op het functionele deel zodat de spieren in het juiste evenwicht weer goed kunnen samenwerken. Wanneer dit evenwicht is, heeft dat veel effect op de vorm. De vorm van de kaak wordt breder, de tanden gaan rechter staan, de over-beet wordt minder of verdwijnt. De lippen sluiten, de neusdoorgang wordt verbeterd en de ogen staan alerter. Daarnaast verbetert de verstaanbaarheid en wordt het kauwen en slikken makkelijker.
Het belang van vroege signalering
Wanneer de tandarts signaleert en verwijst naar een logopedist met OMFT-ervaring is het goed om dit op jonge leeftijd al te doen. Hoe jonger het kind, hoe makkelijker het aanleren van nieuwe gewoonten is.
Het kan ook de duur van het traject positief beïnvloeden. Bij jonge kinderen is wekelijks afspreken bij de logopedist misschien helemaal niet nodig en kunnen ouders als co-therapeuten ingezet worden.
Wanneer een kind al een beugel heeft en dat traject niet voorspoedig verloopt, is het ook goed om te verwijzen naar een logopedist. Een sandwichbehandeling (logopedist, orthodontist/tandarts, logopedist) zou ideaal zijn. De logopedist start met het verbeteren van de functie zodat de orthodontist/tandarts aan de vorm kan werken. En gedurende het traject houdt de logopedist de voortgang en de functie middels controleafspraken in de gaten en waar nodig wordt de behandeling aangescherpt. Wanneer het beugeltraject afgerond is, volgt er nog een controle en als alles goed verloopt kan het afgerond worden.
Maar wat kan nu zorgen voor verstoring in orofaciale spieren?
- Voedingsontwikkeling: borstvoeding vs flesvoeding, voedingsovergangen, voedselconsistentie
- Afwijkende mondgewoonten: duim- en vingerzuigen en speen, liplikken, nagelbijten, mondademen (open mondgedrag), andere foutieve gewoonten zoals lipzuigen, afwijkend slikgedrag
- Frequent verkouden/allergieën
- Korte tongriem
Intake bij de logopedist
Als kinderen met hun ouders bij de logopedist komen, vindt er een uitgebreide anamnese plaats. Daarbij vragen we altijd naar bovenstaande punten. De logopedist wil graag horen of het kind borst- of flesvoeding heeft gehad, of de voedselovergangen makkelijk verliepen, hoe het kind zijn/haar eten krijgt. Eet het met de pot mee of wordt alles nog steeds gepureerd. We nemen het lijstje afwijkende mondgewoonten door. We vragen naar allergieën en de frequentie van verkouden zijn. En we kijken naar de tongriem en de mogelijkheden van de tong.
Na de anamnese gaan we observeren wat er gebeurt met de tong en de lippen wanneer het kind een slok water neemt. En we gaan meten: de lipsterkte met de force scale. Als de logopedist een myoscanner heeft worden de masseter, de lipdruk en de tongdruk gemeten. Daarnaast gaan we met de zo genoemde Payne – techniek kijken wat de tong doet tijdens het slikken.
Behandeling en therapie
Wanneer alles in kaart is gebracht kunnen we de diagnose is stellen. En aansluitend kunnen we een behandelplan opstellen. We starten met het afleren van de afwijkende mondgewoonten. Als dat niet gebeurt heeft behandelen geen zin. Omdat deze gewoonten de verstoring van het evenwicht in stand houden. Dus als we het kind laten oefenen terwijl het door blijft gaan met het zuigen op de duim of speen, is het kind heel hard aan het werk, maar zal er weinig verbetering van de spierfunctie zichtbaar zijn. Daarnaast richt de therapie zich op het versterken van de spieren. Het aanleren van een goede slik. In sommige gevallen het verbeteren van de articula-tie. En tot slot het inslijten van de aangeleerde gewoonten. Het hele traject kan zo’n 15 à 20 sessies in beslag nemen. Het vereist enige discipline (en soms ook creativiteit) van ouders om het kind elke dag te laten oefenen. Bij de jongste kinderen wordt het be-handeltraject aangepast op de mogelijkheden van het kind. Maar ook bij deze jonge kinderen is het van belang dat het spenen of duimzuigen afgeleerd gaat worden. Het afleren van het spenen of duimzuigen is iets waar veel ouders tegenop zien en wat tijd kost. Maar de logopedist kan ouders hier heel goed in ondersteunen, motiveren en begeleiden.
Samenwerking in de regio
Als tandarts, orthodontist is het heel handig om te weten welke logopedist met OMFT-ervaring bij jou in de buurt zit. Het mooiste is om een keer een informatief belrondje te doen om zo te zorgen dat er korte verwijslijnen ontstaan. Dit bevordert de samenwerking, maar is ook naar ouders toe een goede motivatie om de stap naar de logopedist te maken. Nodig de logopedist uit op de praktijk om te komen vertellen over de OMFT-behandeling. De ervaring leert dat je elkaar beter kan vinden bij vragen en dat je sneller kunt handelen wanneer je twijfelt over wel of niet doorverwijzen.
Meer informatie
Willen ouders eerst meer informatie, laat ze dan eens kijken op de site van Maaske Treurniet: www.volmondiglogopedie.nl. Collega Maaske heeft verschillende cursussen ontwikkeld voor ouders met betrekking tot mondmotoriek bij jonge kinderen (ook voor tandartsen). Wil jij als tandarts, orthodontist of als mondhygiënist meer informatie, of wil je je meer verdiepen in OMFT, kijk dan op de site van Berry Verlinden: www.omft.info; of op de site van Peter Helderop: www.omft.nl
Volg jij de Leergang Kindertandheelkunde, dan kom ik een gastles geven over dit onderwerp. Na deze gastles kun jij afwijkende mondgewoonten signaleren en kun jij ouders gerichte adviezen geven met betrekking tot het afleren van spenen en duimzuigen, het geven van oefeningen en adviseren van logopedie bij een OMFT-logopedist bij jouw praktijk in de buurt.
Marije Greven is logopedist en docent bij de Leergang Kindertandheelkunde van Dental Best Practice.

