Zachte weefseldefecten bij een front implantaat

Classificatie en behandeling

Een succesvol implantaat in de esthetische zone vraagt om meer dan alleen een goede osseo-integratie. Ook het peri-implantaire zachte weefsel is bepalend voor een fraai en duurzaam eindresultaat. Wanneer hierin tekorten bestaan, is correctie vaak complex. Dit artikel bespreekt de classificatie van Zucchelli, die helpt om zachte weefseldefecten rond frontimplantaten te herkennen en gericht te behandelen.

De plaatsing van tandimplantaten lijkt een routine-procedure geworden in de hedendaagse tandheelkunde. Echter, het bereiken van esthetische en functionele resultaten vereist niet alleen botintegratie, maar ook de aanwezigheid van voldoende peri-implantair zachte weefselvolume en contour.
Steeds vaker zie ik patiënten waarbij niet of niet voldoende naar dit aspect is gekeken, met name in de zichtbare (esthetische) zone. Het behandelen of repareren van dit soort defecten is complex en niet al-tijd voorspelbaar. Het vraagt vaak speciale chirurgische technieken om een aanvaardbaar eindresultaat te krijgen
In 2019 publiceerde de onderzoeksgroep van Giovanni Zucchelli een classificatie voor peri-implantaire zachte weefseldefecten bij solitaire implantaten. Deze biedt een praktisch handvat om verschillende typen defecten te herkennen en de meest passende behandeling te kiezen. In dit artikel wordt deze classificatie toegelicht en de klinische relevantie ervan besproken.

Waarom een classificatie?
Tot 2019 bestond er geen gestandaardiseerde manier om peri-implantaire weefseldefecten te beschrijven. Dit zorgde voor verwarring in diagnostiek, behandelplanning en communicatie met collega’s en patiënten. Met het toenemend aantal implantaten dat wordt geplaatst en de esthetische eisen van patiënten, vond de onderzoeksgroep van Zucchelli het tijd om deze defecten objectief in te delen. De “Zucchelli-Classificatie” biedt tandartsen een prak-tisch en wetenschappelijk framework.

Basisconcepten
Bij zachte weefseldefecten rond implantaten kan ge-dacht worden aan papil of volume verlies, recessie van de marginale mucosa en veranderingen in kleur en/of textuur. Dit soort defecten leiden tot esthetische en functionele klachten.

Tot de factoren die zachte weefseldeficiëntie na het plaatsen van een implantaat beïnvloeden behoren: het ontbreken van buccaal bot, papilla hoogte, zone van gekeratiniseerd weefsel, dun fenotype mucosa, migratie van natuurlijke gebitselementen en levenslang skeletale groei.

De Zucchelli-Classificatie onderscheidt 4 klassen, gebaseerd op de marginale zachte weefsel positie en de bucco-linguale positie van het implantaat. Daarnaast zijn er nog 3 subklassen gebaseerd op de papilla dimensies. De sub-classificaties (papilla dimensie) kunnen worden onderverdeeld in:

  • Sub-Klasse A: de papillae aan weerszijde van het implantaat zijn hoger of gelijk aan 3mm
  • Sub-Klasse B: tenminste 1 papil is hoger dan 1mm maar lager dan 3mm
  • Sub-Klasse C: tenminste 1 papil is lager dan 1mm

Zucchelli Classificatie
De classificatie wordt toegelicht aan de hand van 3 casussen. Klasse I (casus 1)
Zachte weefseldefect wordt gekarakteriseerd door:

  • De cervicale zachte weefselrand ligt op een esthetisch correcte positie, zonder approximaal defect
  • De kleur van het abutment of implantaat is zicht-baar door de mucosa heen
  • Er is een tekort aan gekeratiniseerd weefsel of zachte weefsel dikte

Klinische betekenis:
Dit is het mildste defect met de beste prognose. Vaak is conservatief beheer (monitoren, voorkoming verdere recessie) voldoende.

De aanbevolen behandelstrategie indien chirurgische be-handeling gewenst is:

  • Bij Klasse I, Sub-Klasse A: Coronaal Advanced Flap (CAF) of tunnel benadering met bindweefsel transplantaat
  • Bij Klasse I, Sub-Klasse B: Kroon verwijdering no-dig, Coronaal Advanced Flap (CAF) of tunnel be-nadering met bindweefsel transplantaat

Klasse II (casus 2)
Zachte weefseldefect wordt gekarakteriseerd door:

  • De cervicale zachte weefsel rand ligt apicaal ten opzichte van de optimale positie van de marginale gingiva van het buurelement
  • Het profiel van de implantaat kroon ligt binnen de denkbeeldige buccale curvatuur van de natuurlijke tandkronen

Klinische betekenis:
Dit defect betreft zowel esthetiek als functie. De aanwezigheid van botdefect maakt behandeling complexer dan Klasse I.

De aanbevolen behandelstrategie indien chirurgische behandeling gewenst is:

  • Bij Klasse II, Sub-Klasse A: Geen kroon verwijde-ring nodig, Coronaal Advanced Flap (CAF) of tunnel benadering met bindweefsel transplantaat
  • Bij Klasse II, Sub-Klasse B: Kroon verwijdering nodig, Coronaal Advanced Flap (CAF) of tunnel benadering met bindweefsel transplantaat
  • Bij Klasse II, Sub-Klasse C: Kroon verwijderen en zachte weefsel augmentatie met gesloten genezing

Bij een Klasse III of Klasse IV defect moet de kroon eerst verwijderd worden om te zien of de top van het implantaat binnen of buiten de denkbeeldige rechte lijn ligt die het buccale profiel van beide buurelementen ter hoogte van de marginale gingiva verbindt.

Klasse III (casus 3)
Zachte weefseldefect wordt gekarakteriseerd door:

  • De cervicale zachte weefsel rand ligt apicaal ten opzichte van de optimale positie van de marginale gingiva van het buurelement
  • Het profiel van de implantaat kroon ligt buiten de denkbeeldige buccale curvatuur van de natuurlijke tandkronen
  • De top van het implantaat zelf ligt binnen de denkbeeldige rechte lijn die het buccale profiel van beide buurelementen ter hoogte van de marginale gingiva verbindt.

Klinische betekenis:
Dit is een serieuze complicatie met matige tot slechte prognose. Vaak dient het implantaat te worden verwijderd.

De aanbevolen behandelstrategie indien chirurgische behandeling gewenst is:

  • Bij Klasse III, Sub-Klasse A: Kroon verwijdering nodig, Coronaal Advanced Flap (CAF) of tunnel benadering met bindweefsel transplantaat
  • Bij Klasse III, Sub-Klasse B: Kroon verwijdering nodig, Coronaal Advanced Flap (CAF) of tunnel benadering met bindweefsel transplantaat
  • Bij Klasse III, Sub-Klasse C: Kroon verwijderen en zachte weefsel augmentatie met gesloten gene-zing of implantaat verwijdering

Klasse IV (casus 3)
Zachte weefseldefect wordt gekarakteriseerd door:

  • De cervicale zachte weefsel rand ligt apicaal ten opzichte van de optimale positie van de marginale gingiva van het buurelement
  • Het profiel van de implantaat kroon ligt buiten de denkbeeldige buccale curvatuur van de natuurlijke tandkronen
  • De top van het implantaat zelf ligt buiten de denkbeeldige rechte lijn die het buccale profiel van beide buurelementen ter hoogte van de marginale gingiva verbindt.

Klinische betekenis:
Dit is het meest ernstige defect. Het implantaat is vrijwel nooit te behouden.

De aanbevolen behandelstrategie indien chirurgische behandeling gewenst is:

  • Bij Klasse IV, Sub-Klasse A: Kroon verwijdering nodig, Coronaal Advanced Flap (CAF) of tunnel benadering met bindweefsel transplantaat
  • Bij Klasse IV, Sub-Klasse B: Kroon verwijdering nodig, Coronaal Advanced Flap (CAF) of tunnel benadering met bindweefsel transplantaat
  • Bij Klasse IV, Sub-Klasse C: Implantaat verwijdering

Conclusie
De Zucchelli-Classificatie biedt tandartsen een praktisch framework voor diagnose en behandeling van weefseldefecten rondom een implantaat. Het advies is om deze classificatie te implementeren in de praktijk:

  • Voeg de classificatie toe aan implantaat-follow-up formulieren
  • Neem digitale baseline-foto’s van alle implantaten
  • Screen op dun weefselfenotype voordat het implantaten geplaatst wordt
  • Plan preventieve bindweefselaugmentatie bij dun fenotype
  • Plaats de implantaten niet te ver buccaal (3D-CBCT planning!)
  • Verwijs zachte weefseldefecten of complicaties tijdig naar een implantoloog die ervaring heeft met dit soort herstelchirurgie.

Haakon Kuit is tandarts-implantoloog en mede-eigenaar van de Praktijk voor Parodontologie en Implantologie Arnhem. Ook geeft hij lezingen en klinische cursussen op het gebied van parodontale plastische chirurgie en implantologie.